BIBLIOGRAFIE VAN PAUL HUYS – BIJDRAGEN VOOR KGK (Jaarboek, resp. Contactblad)

Bijdragen tot de geschiedenis der Stad Deinze en het land aan Leie en Schelde (Kunst- en Oudheidkundige Kring, Deinze) - Van 1997 af onder de titel: Bijdragen tot de geschiedenis van Deinze en de Leiestreek (Kring voor Geschiedenis en  Kunst, Deinze)

1979
De herbergen te Deinze en omliggende in het jaar 1979. XLVI, pp. 149-183.

1980
De herbergen in enkele dorpen rond Deinze in het jaar 1719. XLVII, pp. 141-149.
Rosmolens in de Oostvlaamse Leiestreek. XLVII, pp. 89-149 (co-auteur: Luc Goeminne).

1983
Albert Saverystentoonstelling 1982. Inleidende toespraak. L, pp. 175-182.

1984
Van Bachte naar Leerne. LI, pp. 51-72. Bevat:
- Belastingen te Bachte en Reckelinghe in 1578 (pp. 53-63).
- De volkstelling te Sint-Martens-Leerne in 1786 (pp. 64-72).
Deinzenarijen. LI, pp. 129-164. Bevat:
- Een Deinzenaar in grafelijke dienst (pp. 131-132).
- Deinze in oude boeken (pp. 133-141).
- Staten van goed van Deinzenaars (pp. 142-146).
- Over de Holpoort (pp. 147-164).

1985
Van oorlogen en hun gevolgen te Deinze en omliggende 16e-18e eeuw. LII, pp. 85-113. Bevat:
- Kortrijkse buitenpoorters in de streek van Deinze in de geuzentijd (pp. 87-91).
- Weerbare mannen te Astene en Petegem in 1638 (pp. 92-98).
- Oorlogsschulden te Astene in 1704 (pp. 99-106).
- Krijgslogementen te Deinze en Petegem in 1715 (pp. 107-113).

1986
De oudste baljuwsrekeningen van Deinze. LIII, pp. 7-27.

1987
Presentatie oeuvrekataloog Hubert Malfait. LIV, pp. 125-132.
Een echtscheidingszaak met “scherminkeling” te Deinze in de lokaal-politieke kontext. LIV, pp. 203-256.

1988
De nieuwe kerk van Astene 1834-1836. LV, pp. 81-107.
Drukkers te Deinze in de 19e eeuw. LV, pp. 109-133.
Gezinshoofden te Grammene (1685). LV, pp. 135-142.
Van mensen en dingen in Astene (16e-19e eeuw). LV, pp. 285-348. Bevat:
- Het Goed sPauws in Astene (pp. 287-290).
- Het konflikt tussen de markies van Deinze en de heer van Hove (1636-1684)  (291-320).
- De bevolkingstelling van Astene in 1695 (pp. 321-332).
- Toneel in Astene ten tijde van Keizerin Maria Theresia en Keizer Jozef II (pp. 333-348).
1989
De dubbele moord te Astene in 1724. LVI, pp. 27-38.
Toespraak: Zestig jaar K.O.K. LVI, pp. 240-247.

1990
Kerkdiefstal met inbraak te Vosselare (1791). LVII, pp. 161-172.
Het Van Peteghem-orgel (1740-1742) in de O.-L.-Vrouwekerk van Deinze. LVIII, pp. 173-191.
De Deinse familie Tessely in de 18e eeuw. LVII, pp. 193-219.

1991
Gillis Rooman (1666-1728), Deins rederijker. LVIII, pp. 309-420.

1992
De herberg “De Spaanse Kauwe” en de Heerlijkheid ter Leystraete in Zeveren (16e-19e eeuw). LIX, pp. 329-344.
De houten windmolen van Zeveren (17e-19e eeuw). LIX, pp. 345-363.
Casimir Vandendaele (1818-1880), Deins kunstschilder. LIX, pp. 365-392.

1995
Toespraak bij de opening van de Charles Picqué-tentoonstelling op 18.02.1994. LXII, pp. 5-16.
De verboden boeken van Jan van Douveryn (1624). LXII, pp. 61-105.

1996
Charles Picqué (1799-1869) in Italië en Engeland, met een aanvulling van de oeuvre-catalogus (1996). LXIII, pp. 5-160. (Ook apart als overdruk verschenen: zie p. 5.)

1997
De grafelijke Schoonbergmolen tot 1600. LXIV, pp. 49-72.
De jeneverstokerijen te Deinze in de Hollandse Tijd. LXIV, pp. 305-333.
Over Charles-Louis Picqué. Dankwoord als laureaat van de Provinciale Prijs voor Kunstgeschie- denis. LXIV, pp. 501-506.

1998
Emile Claus in boernoes. Reisbrieven uit N.-Afrika aan August Cosyn (1879). LXV, pp. 89-126.
Een Deinse baljuwsrekening (1377-1379) als spiegeling van dagelijks leven. LXV, pp. 185-218.
“De aanbidding der herders” in de O.-L.-Vrouwekerk van Deinze, een schilderij van Simon de Pape (1633)? LXV, pp. 267-276.
Beeldhouwer Jean-Baptiste Martens (1828-1895), een vergeten kunstenaar uit Wontergem. LXV, pp. 345-375.

1999
Casimir Vandendaele (Deinze 1818 - Moerbeke 1880) en de genreschilderkunst tijdens het Bie- dermeier. LXVI, pp. 5-70.
Over de oprichting van nieuwe markten te Deinze in de XVIIIe eeuw. LXVI, pp. 327-340.
De brieven van Emile Claus uit Spanje (1879), ingeleid door Paul Huys. LXVI, pp. 419-446.

2000
De notities van J.-B. Lybaert en van Armand Pauwels over kunstschilder Charles Picqué, met commentaar. LXVII, pp. 89-110.
Over de Deinse kunstschilder Firmin B. Bouvy (1822-1881). LXVII, pp. 165-195.
“Jezus en de Samaritaanse” (1823), een schilderij van Felix Heyndrickx (1799-1861) in de kerk van Astene. LXVII, pp. 403-429.
2001
Uit de vooroorlogsjaren van Valerius De Saedeleer. LXVIII, pp. 159-188.
Over de boekenverzameling van een Deinse bretellenfabrikant (Veiling Octave Goeminne, 1909). LXVIII, pp. 259-272.
De grafstenen in de Sint-Martinuskerk van Petegem (Deinze). LXVIII, pp. 387-426.

2002
Leendenombrementen van de baronie Nevele uit 1570. LXIX, pp. 63-90.
Over twee militaire plattegronden van Deinze uit de Oostenrijkse Successieoorlog (1744). LXIX, pp. 243-272.

2003
Geneeskundigen te Deinze (1500-1800). LXX, pp. 5-137.

2004
De poorterij van Deinze (1495-1565). LXXI, pp. 15-62.
De Deinse toneelschrijver Pieter Kints (1850-1912). LXXI, pp. 211-258.
Kunstschilder Gaston Van Landeghem (1883-1948). LXXI, pp. 379-416.

2005
Uit de geschiedenis van de toneelgroep “Sint-Maartensvrienden” in Petegem (1928-1970).LXXII, pp. 5-52.
“Capabel om te wercken…”. Arbeidsgeschikte mannen (16-40 jaar) in enkele dorpen rond Deinze anno 1745. LXXII, pp. 101-120.
“In dienst van den rebelschen vijand”. Over vrijbuiterij en ander geweld in de streek van Deinze (1585-1599). LXXII, pp. 359-407.

2006
“Hebben verklaard niet te kunnen schrijven door ongeletterdheid…”. Huwenden en (an)alfabetis- me in de dorpen rond Deinze: drie momentopnamen (1785, 1810, 1830). LXXIII, pp. 157-185.

2008
Vroedvrouwen en nooddoopsels in Gottem in de 18e eeuw. LXXV, pp. 15-41.

2009
Werk van Charles-René Callewaert in het Museum van Deinze. Met een brievendocumentatie. LXXVI, pp. 59-107.

2010
De parlementaire schoolenquête van 1880, een authentieke documentatiebron uit de schoolstrijd van 1879-1884. Met het proces-verbaal van de getuigenissen betreffende het kanton Deinze. LXXVII, pp. 9-37.
Charles-Philippe Martens, Deins notaris, schepen en hoogbaljuw (1740-1833). LXXVII, pp. 87-158.
Modest Huys, Gustave en Leon De Smet en Charles-René Callewaert en hun correspondentie (1904-1923) met René Van Herrewege, Gents kunstmecenas. LXXVII, pp. 365-406.
De Fransen in Deinze (1794-1795) - Een veelluik. LXXVII, pp. 407-435.

2011
Over drie Deinse baljuws (17e-18e eeuw): Andreas de Meyere, Jacques Bannaert en jonker Nicolas Joseph Taintenier. LXXVIII, pp. 17-89.

2012
Charles Picqué (1799-1869). Deel IV, met een derde aanvulling van de oeuvrecatalogus. LXXIX, pp. 5-56.

2013
Advertenties en berichten uit Deinze, gepubliceerd in de “Gazette van Gend” (1776-1791). LXXX, pp. 123-178.
Joannes de Weerdt, heer van Boelaere, schepen en burgemeester van Petegem (1720-1817). 
LXXX, pp. 295-318.

2014
Burgemeesters en schepenen van Petegem-Buiten in de 17e en 18 eeuw. LXXXI, pp. 15-82.
Advertenties en berichten uit Deinze, gepubliceerd in de “Gazette van Gend” (1755-1775). LXXXI, pp. 405-432.

2015
Advertenties en berichten uit Deinze, gepubliceerd in de “Gazette van Gend” (1792-1800). LXXXII, pp. 215-257.
Nieuws van toen. Deins wel en wee in het weekblad ‘Ons Land in woord en beeld’ (jaargangen 1926-1943). LXXXII, pp. 375-447.

2016
Antoon de Caigny (1719-1793), baljuw en stadsgriffier van Deinze en zijn Tieltse familie. LXXXIII, pp. 105-138.
De familes Cauwe-De Raedt (Deinze-Meigem). LXXXIII, pp. 139-172.
Deinse advertenties en nieuwsberichten, gepubliceerd in de “Gazette van Gend” (1816-1825). LXXXIII, pp. 173-241.

2017
Over de Raamstraat in Deinze, en haar bewoners, in 1722. LXXXIII, pp. 117-140.
Frans-Bernard Callier (1791-1885), Deins revolutionair, stadsschepen en liberaal. LXXXIII, pp. 227-278.
Deinse advertenties en nieuwsberichten, gepubliceerd in de “Gazette van Gend” (1826-1831). LXXXIII, pp. 279-346. 

2018
Deinse advertenties en nieuwsberichten in de “Gazette van Gend” (1832-1838). LXXXV, pp. 117-194.
Een Deinzenaar veroordeeld door het Hof van Assisen (1821 & 1837). LXXXV, pp. 195-222.
Pieter-Jan Cras (1781-1847), Deins kunstschilder en oom van Charles-Louis Picqué, en zijn familieherkomst. LXXXV, pp. 223-250.
Gottemse leendenombrementen in 1671. LXXXV, pp. 251-275.

2019
Loys Ysebrant, Deins stadsgriffier (1624-1644). LXXXVI, pp. 181-223.
Nieuws uit Deinze en omstreken, verzameld uit de “Gazette van Gend” (1801-1815). LXXXVI, pp. 225-304.
Jules Boulez (Sint-Eloois-Vijve 1889 - Oudenaarde 1960), schilder in het Land tussen Leie en Schelde. LXXXVI, pp. 307-350.

2021
Een merkwaardige oude kaart van Deinze (ca. 1500), LXXXVIII, pp. 33-53.






Kontaktblad Kunst- en Oudheidkundige Kring (K.O.K.), Deinze . Van 1997 af :  Contactblad Kring voor Geschiedenis en Kunst (K.G.K.), Deinze

1981
Windmolen te Zeveren. I,5, p. 42 (nota nr. 37).
Molenaars te Deinze in 1796. I,5, p. 43 (nr. 38).
Deinse uurwerkmakers in de 18e eeuw. I,5, pp. 43-44 (nr. 39).

1982
Een lijkschouwing in het jaar 1788. II,1, p. 52 (nr. 54).
De bevolking van het kanton Deinze in 1796. II,1, pp. 55-56 (nr. 59).
Nieuwe molens te Deinze in de late 18e eeuw. II,1, p. 58 (nr. 61).
Schoenmakers te Deinze in 1796. II,2, pp. 63-65 (nr. 64).
Molenaars in de streek van Deinze op het einde van het Ancien Régime. II,3, pp. 73-75 (nr. 73).
Albert Saverys en Roelant Savery. II,6, pp. 101-103 (nr. 106).
Albert Saverys. Van Kortrijk naar Deinze, of hoe men schilder wordt… II,7, pp. 113-115 (nr. 119).
Het palet van Saverys. II,7, p. 116 (nr. 120).
De tekenschool, een eeuw geleden. II,9, p. 131 (nr. 141).
Lokale kunstkritiek, driekwarteeuw geleden. II,9, p. 131-132 (nr. 142).

1983
Versmoord in de Leie. III,5, p. 187 (nr. 205).
”Injuriën” of scheldwoorden tegen “eerlijke lieden”. III,6, pp. 200-201 (nr. 224).
De tragische dood van Thomas Barry, pastoor te Machelen (1730). III,7, pp. 212-214 (nr. 244).
Deinze in oude geografische woordenboeken. III,7, pp. 217-218 (nr. 246).
Een verdwaalde geweerkogel. III,7, p. 223 (nr. 251).
Verdacht overlijden in de Ste-Sebastiaen? III,8, p. 230 (nr. 257).
Niet sonder gevaer ofte prijckel van de doodt. III,8, p. 232 (nr. 262).
De Confrerie van de H. Barbara 250 jaar. III,8, p. 233 (nr. 262).

1984
Tot datter de doodt naer ghevolgt is. IV,1, p. 252 (nr. 285).
Twee kleuters verdronken. IV,1, p. 253 (nr. 287).
Verraderlijke Leie. IV,1, pp. 254-256 (nr. 290).
Doodslag… met “vriendelijk accoord”. IV,2, p. 274 (nr. 308).
Tragische voorvallen van eeuwen geleden. IV,2, pp. 276-277 (nr. 310).
Van “kwade koopmanspraktijken”. IV,3, pp. 288-289 (nr. 328).
Petegemse herbergiers anno 1380. IV,3, pp. 290-291 (nr. 331).
Bek-af aan de Leie. IV,4, p. 319 (nr. 377).
Behoeftigen te Deinze in 1801. IV,4, pp. 320-321 (nr. 381).
Behoeftigen te Deinze in de beruchte hongersjaren 1846-1848. IV,5, pp. 334-335 (nr. 391).
Baljuws van Deinze. IV,5, pp. 338-339 (nr. 397).
Waar lag de Herpinsakker? IV,5, p. 340 (nr. 399).
De olierosmolen te Zeveren. IV,6, p. 348 (nr. 409).
Het Petegemse “wethuys”. IV,6, p. 352 (nr. 415).
Van molenschattingen en “verteerde kosten”. IV,7, pp. 369-370 (nr. 437).
Trouwlustigen te Olsene omstreeks 1446. IV,7, p. 371 (nr. 440).
Van oude Deinzenaars die “op de vuist gingen”. IV,8, pp. 390-391 (nr. 475).
Molenaars en “multerrecht”. IV,8, pp. 394-395 (nr. 480).
Duur jachtvermaak: een “sporeware”. IV,8, p. 397 (nr. 482).
1985
Akkerschade te Deinze. V,1, p. 411 (nr. 495).
Opstandigheid tegen de graaf van Vlaanderen. V,1, p. 414 (nr. 497).
Ambrosius Dolphijn, Deins uurwerkmaker. V,2, pp. 426-427 (nr. 513).
Begrafenis van een zelfmoordenaar. V,2, p. 428 (nr. 515).
Diefte en moord, zes eeuwen geleden. V,2, p. 433 (nr. 520).
Op kosten van de stad. V,3, p. 445 (nr. 541).
Kaatsspelers te Deinze. V,3, p. 448 (nr. 544).
Heksenjacht te Deinze. V,3, p. 455 (nr. 552).
Op de brandstapel te Deinze (1565). V,4, pp. 467-469 (nr. 560).
Een afperser op strafbedevaart. V,4, pp. 473-474 (nr. 567).
Ongewenste vagebonden uitgewezen. V,4, pp. 477-478 (nr. 572).
Hoe de Bullen(s)straat aan haar naam kwam.V,5, pp. 488-490 (nr. 585).
Herbergiers te Deinze in het “wonderjaar” (1566). V,5, p. 493 (nr. 586).
Overtredingen te Deinze of hoe ook de gewone man geschiedenis maakt. V,5, pp. 493-494 (nr. 587).
Een nieuw uurwerk op Deinze-kerktoren (1613). V,6, pp. 507-510 (nr. 598).
Een burenruzie die tragisch had kunnen eindigen.V,6, pp. 511-512 (nr. 600).
Van Deinzenaren die elders het poorterschap verwierven.V,6, pp. 513-515 (nr. 602).
Apotheker Augustinus Claes (1758-1849), burgemeester van Deinze. V,7, pp. 527-528 (nr. 619).
Het eerste schepenkollege van Deinze na de Belgische Revolutie van 1830. V,7, pp. 532-534 (nr. 625).
Militair logement in Deinse herbergen in 1776. V,7, pp. 535-536 (nr. 626).
Een wanhoopsdaad uit geldzorgen. V,8, p. 547 (nr. 641).
Het handboekje van een Deinse brouwer (1683-1687), V,8, pp. 550-551 (nr. 644).
De eerste “Belgische” burgemeesters in de streek van Deinze.V,8, pp. 533-556 (nr. 648).

1986
Saverys en de Leie in … Amerika. VI,1, pp. 567-568 (nr. 661).
Een slecht verliezer, of een zelfmoord uit koleire. VI,1, p. 572 (nr. 667).
Nieuwe klokken voor Deinze-kerk. VI,1, p. 577 (nr. 673).
Oprichting van een nieuwe oliestampmolen te Deinze in 1606. VI,1, p. 578 (nr. 674).
Dienstpersoneel op het kasteel van Ooidonk. VI,2, pp. 591-592 (nr. 683).
Over herbergen en (loze) trouwbeloften. VI,2, pp. 599-601 (nr. 687).
Om te makene tisane. VI,2, pp. 602-603 (nr. 690).
Baljuws en schepenen van Olsene in 1449. VI,3, p. 617 (nr. 699).
Een bewogen zomernacht in 1792. De brand van het Deinse stadhuis. VI,3, pp. 618-621 (nr. 700).
Verkiesbaren voor de Senaat. VI,4, pp. 632-633 (nr. 712).
“Toveresse” als scheldwoord. VI,4, p. 642 (nr. 721).
“Woorden zijn maar wind…” (Gedicht van Willem Baudartius). VI,4, p. 643 (nr. 722).
Don Ferdinand van Oostenrijk, Kardinaal-infant. VI,4, p. 645 (nr. 724).
Het goed “Ter Donkt” te Wontergem. VI,4, p. 650 (nr. 731).
Alzoo gemist word… VI,5, p. 653 (nr. 733).
Industriële archeologie in Deinze: een zeepziederij en olieslagerij aan de Knok te koop in 1811. VI,5, pp. 662-663 (nr. 739). Ook over de herberg De Fonteine.
Een verkoop van het Nieuwgoed te Petegem in 1783. VI,6, pp. 678-679 (nr. 748).
Voer voor genealogen. VI,6, pp. 680-682.
Het einde van een rebel. VI,7, pp. 700-701 (nr. 765).
Een Deinse baljuw op strafbedevaart. VI,7, p. 707 (nr. 770).
Vleselijke en andere overtredingen. VI,8, p. 716 (nr. 776).
Goud voor de Deinse dichter Jan Jozef Soenen. VI,8, pp. 727-729 (nr. 785).
1987
Deinse familienamen omstreeks 1300. VII,1, p. 738 (nr. 792).
Een “drij-voudigen kunstestrijd” door “Geen kunst zonder nijd” in 1811. VII,1, pp. 739-740 (nr. 799).
Deinze als tijdelijke verblijfplaats van Oudenaardse poorters. VII,1, p. 750 (nr. 800).
Valsmunterij te Olsene (1786). VII,2, pp. 761-762 (nr. 808).
Een moordzaak te Kruishoutem-Marolle in 1781. VII,2, pp. 764-765 (nr. 813).
Deinse en Petegemse buitenpoorters van Gent (1477-1492). VII,2, pp. 767-769 (nr. 817).
Voer voor genealogen II. VII,4, pp. 808-809 (nr. 853).
Een slachtoffer van de 9-jarige oorlog (1688-1697): Franciscus Lybaert uit Vinkt. VII,4, pp. 809-810 (nr. 854).
Milieuvervuiling te Deinze anno 1753. VII,5, pp. 823-824 (nr. 870).
Verboden vlasroten in de Rekkelinge. VII,5, pp. 825-826 (nr. 872).
Een incident in Astene-kerk op Allerheiligendag 1676. VII,7, pp. 854-855 (nr. 892).
Wel wijntje, niet Trijntje…[Een gedicht van Gillis Rooman]. VII,9, pp. 894-896 (nr. 925).

1988
Memorie van den instel van het Broederschap van den Heijligen Rochus (1688). VIII,1, pp. 914-915 (nr. 944).
En op het punt was te verdrinken. VIII,1, p. 916 (nr. 945).
Een spotdicht op een vrouwen-theekransje anno 1712. VIII,2, 939-940 (nr. 965).
Adriaan Adolf Tayart, gemeenteonderwijzer te Petegem (+ 1862). VIII,2, p. 948 (nr. 969).
Duitse inkwartiering in Deinze in 1814. VIII,2, p. 958 (nr. 977).
Hendrik Heyman en … Deinze. VIII,3, p. 965 (nr. 981).
Jan Corijn, kwakzalver en boef. VIII,4, pp. 974-977 (nr. 988).
De vrijbuiters in Astene (1588). VIII,5, p. 994 (nr. 1000).
Bouwstenen voor de geschiedenis van Astene-molen. VIII,5, pp. 1002-1003 (nr. 1002).
Den Coninghs Groete op Derthien avontfeeste in het jaer 1706. VIII,6, p. 1014 (nr. 1011).
De kunstverzameling van de eerste Markies van Deinze. VIII,6, pp. 1017-1018 (nr. 1015).
Bisschop Carolus Maes bezoekt Deinze (1611). VIII,7, pp. 1031-1035 (nr. 1031).
Het Van Peteghem-orgel (1740-1742) in de O.-L.-Vrouwekerk van Deinze. VIII,7, pp. 1035-1038 (nr. 1032).

1989
Over de lijnwaadmarkt van Deinze (1821-1825). IX,1, pp. 1062-1063 (nr. 1045).
Het Goed sPauws te Astene. IX,1, p. 1064 (nr. 1046).
Een voordrachtwedstrijd te Deinze in 1847. IX,1, p. 1070 (nr. 1053).
Een Grammense dief veroordeeld (1764). IX,2, p. 1074 (nr. 1055).
Doodstraf voor erge feiten (1722). IX,2, p. 1084 (nr. 1065).
Albert Saverys in Nederland. IX,3, p.1093-1094 (nr. 1076).
Een Engelse toerist in Deinze, anderhalve eeuw geleden. IX,3, p.1097-1099 (nr. 1080)
Diefstallen en hun bestraffing in de vroege Oostenrijkse tijd. IX,4, p. 1116 (nr. 1099).
Een pelsendiefstal te Deinze (1740). IX,4, p. 1123 (nr. 1103).
Deinze in de krant anno 1835. IX,5, p. 1142 (nr. 1116).
Het portret van Kan. Triest door K. Picqué. IX,5, p. 1144 (nr. 1117).
Een vorstelijk geschenk voor een Deinse meisje. IX,6, p. 1156 (nr. 1120).
De Deinse toneelwedstrijd van 1835-36. IX,6, p. 1163 (nr. 1122).
Thessaly, bijgenaamd Questicy. IX,7, pp. 1174-1176 (nr. 1125).

1990
Moord op de Petegemse veldwachter (1721). X,1, pp. 1194-1197 (nr. 1138).
Moordende molenwieken. X,1, pp. 1202-1203 (nr. 1142).
Een kindt int waeter. X,1, pp. 1205-1206 (nr. 1145).
Verkoop van een paard op “Deinse feeste” van 1823. X,2, p. 1226 (zonder nr.).
Deinse “garencoepers” en “caerdemaeckers”. X,2, p. 1228-1230 (zonder nr.).
Graanvoorraden op Petegem-buiten in 1741. X,3, pp. 1241-1242 (nr. 1155).
Een broodopeising bij de Deinse bakkers (1707). X,3, pp. 1244-1247 (nr. 1157).
Een “Steenkercken snuijtdoeck”. X,3, pp. 1250-1251 (nr. 1160).
Een Oostenrijks dragonderregiment in Deinze (1709-1710). X,4, pp. 1255-1258 (nr. 1161bis).
Jan Corijn, voor tien jaar verbannen uit Vlaanderen. X,4, pp. 1262-1265 (nr. 1163).
Het proces van de Deinse herbergiers tegen de stadsmagistraat. X,5, pp. 1280-1283 (nr. 1171).
Andries Loorens, waard in de hostellerie “De Zwaan”. X,5, pp. 1285-1289 (nr. 1173).
Pieter Reijlof, bakker te Petegem (1719). X,6, pp. 1294-1295.
Processen, een unieke informatiebron over het dagelijkse leven. X,6, pp. 1307-1310 (nr. 1181).
Onwillige lotelingen in de streek van Deinze na 1830. X,7, pp. 1326-1327 (nr. 1185).

1991
Een stadsbaljuw uit de pruikentijd (1720). XI,1, pp. 1363-1365 (nr. 1204).
Het kleinste vrouwtje van Europa (Een Petegemse anno 1591). XI,2, pp. 1376-1378.
Geen rijker kroon dan eigen schoon. Een muziekfeest in Deinze in 1866. XI,3, pp. 1399-1400 (nr. 1209).
Groot-Deinze in 1829-1830. XI,3, pp. 1402-1403 (nr. 1210).
De gemeente Astene in 1830. XI,3, pp. 1408-1409 (nr. 1212).
Vita brevis (of het korte leven van de Deinse bijenkweker Daniël Dhaenens, † 1696), XI,4, pp. 1421-1423 (nr. 1217).
Graanvoorraden op Deinze-buiten in 1741. XI,5, pp. 1439-1441 (nr. 1227).
Graanvoorraden in Deinze-stad in 1741. XI,5, pp. 1442-1444 (nr. 1228).
Over de 100-jarige Elisabeth van Gansbeeck (° 1819) en haar schoonzoon, de uurwerkmaker Joannes Baptista Dhondt (1756-1832) in Kruishoutem. XI,5, pp. 1445-1447 (nr. 1231).
Pastoors-“portretten” uit de beloken tijd. XI,6, pp. 1452-1455 (nr. 1233).
De oudstgekende schepenen van Deinze (anno 1282). XI,6, pp. 1457-1458 (nr. 1234).
Deinzenaars die Oudenaards poorter werden (1551-1767). XI,6, pp. 1473-1475 (nr. 1240).
Gouden en zilveren medaille voor Deinze en prijzen… (Gazette van Gend, 1827). XI,6, pp. 1479-1480 (nr. 1243).
De gemeente Zeveren in 1830. XI,8, pp. 1493-1494 (nr. 1257).
De feestelijke inhaling van direkteur Kamiel Inbroeck (1862). XI,9, pp. 1504-1505 (nr. 1260).

1992
De Deinse schilder Pieter Cras op het Gentse Schilderssalon in 1817. XII,1, p. 1519 (nr. 1265).
Een Petegemse honderdjarige, gekonterfeit door Picqué (1823). XII,1, pp. 1521-1522 (nr. 1266).
“De H. Rochus geneest de pestlijders” – een schilderij van Picqué (1836). XII,1, pp. 1523-1527 (nr. 1267).
De Deinse kunstschilder Ch. Picqué geëerd in Brugge. XII,1, pp. 1533-1535 (nr. 1269).
Charles Picqué en de beruchte “Lady Morgan”. XII,2, pp. 1540-1541 (nr. 1274).
Onze Deinse kunstschilder Picqué op het Brussels Salon van 1842. XII,2, pp. 1542-1546 (nr. 1275).
Over een Astense “poorteresse” en bastaardgoed. XII,2, p. 1555 (nr. 1277).
Het oeuvre van de schilder Charles-Louis (Karel) Picqué. Stand van het onderzoek. XII,3, pp. 1558-1559 (nr. 1278).
Kunstschilder Picqué gezien door de eigentijdse kunstkritiek (1836). XII,4, pp. 1569-1572 (nr. 1285).
Van een Deinse “uitvinder” (1827). XII,4, pp. 1574-1575 (nr. 1288).
Verpachting van korenwindmolens en rosmolens in Deinze (1782). XII,5, pp. 1592-1593 (nr. 1294).
Een volkslied “Van de Dijnsche Maegd” (19e eeuw?). XII,5, p. 1594 (nr. 1296).
Picqué schildert de leden van het “Voorlopig Bewind” (1831). XII,6, pp. 1604-1608 (nr. 1304).
Was de Deinse schilder Cras een leerling van David? XII,6, pp. 1614-1615 (nr.1308).
De heropbouw van de kerktoren van Vinkt in 1665. XII,6, pp. 1617-1618 (nr. 1310).
De Deinse baljuw Guillaume Du Jardin (1569-1575). XII,7, p. 1624 (nr. 1312).
Vermiste streekgenoten. Noodoproepen in de “Gazette van Gend”, 1784-1785. XII,7, pp. 1633-1635 (nr. 1317).
Moordende molenwieken (II). XII,7, pp. 1635-1636 (nr. 1318).
De altaarschilderijen van Picqué in de Sint-Martinuskerk van Petegem. XII,7, pp. 1639-1640 (nr. 1320). Zie ook XIII,2, p. 1674.

1993
Gelezen in de “Gazette van Gend” in 1841. XIII,1, p. 1646 (nr. 1326).
Vanhee’s molen op de Klepkouter verkocht in 1853. XIII,1, p. 1652 (nr. 1332).
De Eendracht. Katholiek, Vlaamsch en Demokratisch Weekblad (1932). XIII,2, pp. 1671-1673 (nr. 1343).
“Vergeten” Tessely’s uit de eerste Deinse generatie. XIII,2, pp. 1678-1681 (zonder nr.).
Het “Fraey Gezicht” van Zeveren anno 1832. XIII,3, pp. 1688-1691 (nr. 1349).

1994
De Meigemse pastoor(s) rond 1600. XIV,2, pp. 1850-1854 (nr. 1463). Zie ook XIV,7.
Harpslag, een Deins gelegenheidsgedicht voor Petrus Joannes Delcroix. XIV,2, pp. 1855-1858 (nr. 1464).
“Zeven honderd voeten planckaigesteen” voor Ooidonk-kasteel (1613). XIV,3, pp. 1867-1868 (nr. 1467).
“Verscheijde menschen van gebrek en hongers nood gestorven” (1817). XIV,3, p. 1871 (z. nr.).
De tragische dood van de Nevelse heks Pieryne Daneels (1624). XIV,4, pp. 1890-1892 (nr. 1477).
Emiel Claus en Leon De Smet op Londense veilingen. XIV,5, pp. 1912-1914 (nr. 1482).
De bibliotheek van een erudiete Deinzenaar anno 1899. XIV,6, pp. 1932-1939 (nr. 1490).
Nog over de Meigemse pastoorsbenoeming in 1605. XIV,7, pp. 1946-1949 (nr. 1494).

1995
Nog Bart Ryckbosch uit Chicago. XV,1, pp. 1966-1979 (zonder nr.).
Een veiling in Deinze 100 jaar geleden. XV,1, pp. 1976-1979 (nr. 1499). Aanvulling: XV,2, p. 1987.
Onze Vlaamse kunstenaars in Londen (1915). XV,2, pp. 1994-1995 (nr. 1505).
Deinzenaars in de tentoonstelling van de Brusselse kunstkring “Doe stille voort” (1918). XV,2, pp. 1996-1997 (zonder nr.).
Stedelijke identiteit. Deinze in de late middeleeuwen. XV,3, pp. 2020-2023 (nr. 1511).
65 jaar geleden: Saverys, Servaes en andere Leieschilders in Amerika. XV,4, pp. 2028-2029 (nr. 1512).
De Deinse schuttersgilden omstreeks 1500. XV,4, pp. 2036-2037 (nr. 1513). Met erratum in XV, 5, p. 2053.
Moord in de pastorie van Vinkt anno 1526. XV,4, pp. 2037-2040 (nr. 1514).
Brabanders gewenst in Vlaamse overheidsdienst. XV,4, pp. 2041-2042 (nr. 1515).
Naalden in de hooiberg of … twee “hervonden” Picqué-portretten. XV,5, pp. 2051-2052 (nr. 1517).
Betwisting rond een zoutkeet in Petegem (1626). XV,5, p. 2056 (nr. 1520).
De “losse nota’s over Karel Picqué” van Armand Pauwels. XV,6, pp. 2073-2077 (nr. 1522).
Honderdvijfentwintig jaar gas in Deinze. XV,7, pp. 2087-2088 (nr. 1525).
Hinderlijke bedrijven in Deinze ca. 1835. XV,7, pp. 2090-2091 (nr. 1528).

1996
Michiel van Schivelle, pastoor van Deinze (1609-1611). XVI,1, pp. 2115-2119 (nr. 1537).
George Minne en Albert Saverys op een veiling in 1926. XVI,1, pp. 2120-2121 (nr. 1538).
De Deinse paardenkoersen omstreeks 1930. XVI,1, pp. 2122-2124 (zonder nr.).
Bij wijze van nieuwjaarsgroet. XVI,1, pp. 2125-2126 (zonder nr.).
Over de Latemse kunstschilder Maurits Niekerk. XVI,2, pp. 2133-2136 (zonder nr.).
George Minne en andere Vlaamse kunstenaars in Boedapest in 1927. XVI,2, pp. 2137-2138 (zon- der nr.).
Leon De Smet exposeert in Engeland (1918-19), XVI,2, pp. 2139-2140 (zonder nr.).
De Tieltse (of Deinse) drukker L.F. Michiels, 1827. XVI,3, p. 2155 (nr. 1542).
Nogmaals de Deinse paardenkoersen, zestig jaar geleden. XVI,3, pp. 2160-2162 (nr. 1545).
Molens in Petegem – een rechtzetting. XVI,4, p. 2168 (zonder nr.).
Jean-Baptist Martens (° 1828), een vergeten beeldhouwer uit Wontergem. XVI,4, p. 2177 (nr. 1547).
Nog over beeldhouwer J.B. Martens. XVI,4, p. 2181 (nr. 1548).
Conscience op bezoek in Deinze. XVI,5, pp. 2194-2196 (nr. 1555).
Tafelspeech Vriendenmaal Herman Maes, 28.9.1996. XVI,6, pp. 2211-2215 (zonder nr.).
Wanneer kwam de eerste stoommachine in Deinze? XVI,6, pp. 2217-2218 (nr. 1558).
Deinzenaars in “Sint-Juliaan der Vlamingen” te Rome (18e eeuw). XVI,6, pp. 2225-2226 (nr. 1560).

1997
Hij leefde zwierig zonder werken (over Geete). XVII,1, pp. 2236-2237 (nr. 1562).
Deinse voorvallen, een (kleine) eeuw geleden. XVII,1, pp. 2237-2238 (nr. 1563).
Claus, Servaes e.a. Vlaamse kunstenaars in Milaan (1922). XVII,1, p. 2240 (nr. 1566).
Een Vinktse kerkrekening als bron voor de plaatsnaamkunde. XVII,2, pp. 2249-2251 (nr. 1568).
Vermisten uit Machelen en Vinkt anno 1781. XVII,2, pp. 2251-2252 (nr. 1569).
Nog over “verboden boeken” (Ooidonk, 1643). XVII,2, p. 2252 (nr. 1570).
De stokerij van Augustin De Neve in de Tolpoortstraat (1860). XVII,2, pp. 2258-2259 (nr. 1575).
De korenwindmolen te Deurle in de Broekstraat, 1666. XVII,2, p. 2260 (nr. 1576).
Een Wakkense dichtwedstrijd anno 1781. XVII,2, pp. 2260-2261 (nr. 1577).
Een Petegemse tovenaar-belezer anno 1626. XVII,2, pp. 2261-2262 (nr. 1578).
De herstellingen aan de “Sente-Waerhede” in de O.-L.-Vrouwekerk van Deinze (1596-1598). XVII, 3, pp. 2272-2273 (nr. 1583).
Bij beeldhouwer Antoon Van Parys (“Ons Land”, 1936). XVII,3, p. 2274 (nr. 1584).
Vlaamse kunst bij Sotheby’s London (1970). XVII,3, pp. 2275-2276 (nr. 1585).
Deinse lauweren in “Vlaemschen koor- en solozang” (1869). XVII,3, pp. 2276-22 (nr. 1586).
Deinse molensprokkelingen (XIX/1). XVII,3, pp. 2277-2279 (nr. 1587).
Luchtverpesting door een Deinse lijmfabriek. XVII,3, pp. 2284-2285 (nr. 1591).
Een schutterswedstrijd bij de Petegemse Sint-Sebastiaansgilde, 1780. XVII,3, pp. 2285-2286 (nr. 1592).
Over de “Ode aan Deinze” door Rebus: een voorlopig antwoord. XVII,4, pp. 2291-2293 (nr. 1594).
Picqué op het Haarlems schilderijensalon van 1825. XVII,4, pp. 2294-2296 (nr. 1596).
Deinze, een welvarend stadje (1819). XVII,4, pp. 2303-2305 (nr. 1598).
Aardappel- en graanprijzen en stinkend roggebrood anno 1817. XVII,4, pp. 2307-2308 (nr. 1600).
Een overval door “staatse” vrijbuiters te Astene in 1589. XVII,4, pp. 2308-2309 (nr. 1601).
Vlaamse kunstenaars in het Museum van Krefeld 100 jaar geleden. XVII,5, pp. 2313-2314 (nr. 1604).
Over het levenseinde in Nevele van Jan-Baptist Ottevaere (+ 1822), de “Franse meier” of burge-meester (1800-1815) van Deinze. XVII,5, pp. 2314-2316 (nr. 1606).
De Gentse tekenaar-etser Jules De Bruycker en … Deinze. XVII,5, pp. 2321-2323 (nr. 1611).
Een Deinse drukkerij: wed. De Laere & J. Van den Broucke. XVII,5, p. 2326 (nr. 1613).
Een zeventiende-eeuwse bron over Deinze. XVII,5, pp. 2329-2330 (zonder nr.).
De Deinse kunstschilder Gustaaf Hertoge. XVII,6, pp. 2333-2335 (nr. 1615).
Een interview met Jacob (“Tsoakske”) Piqué. XVII,6, pp. 2336-2338 (nr. 1617).
Werk van de Deinse schilder Pieter Cras geveild. XVII,6, pp. 2341-2342 (nr. 1621).
Een zilveren misbel voor de kerk van Zeveren. XVII,6, p. 2342 (nr. 1622).
Een schuttersgilde van St.-Carolus in Deinze. XVII,6, pp. 2348-2350 (nr. 1624).
Over huizengeschiedenis. XVII,6, pp. 2350-2351 (nr. 1625).

1998
Oude kranteknipsels (1826, 1867, 1895). XVIII,1, p. 2366 (zonder nr.).
Een originele “Vasten-Oorkonde” uit 1733. XVIII,1, pp. 2367-2370 (nr. 1627).
Belgische vrijheidsbomen anno 1831. XVIII,2, pp. 2375-2377 (nr. 1628).
Het liederboek van August De Lava, tenor bij de “Zangliefhebbers” van Deinze. XVIII,2, p. 2381 (nr. 1629).
Een nieuwe linnen-lakenmarkt in Deinze in 1757. XVIII,2, pp. 2383-2384 (nr. 1631).
Over de baarloop van “De societeyt van 1836” in Deinze (1888). XVIII,2, pp. 2387-2390 (nr. 1633).
P. Huys gelauwerd. XVIII,2, p. 2395.
“Niet ervaren in de wapens” (Deinze in de 80-jarige Oorlog, 1645). XVIII,3, pp. 2399-2401 (nr. 1634).
Over de Deinse kunstschilder Firmin Bouvy (1822-1881). XVIII,3, pp.2424-2426 (nr. 1637).
Preventieve maatregel tegen de rundveepest (1769). XVIII,4, pp. 2424-2426 (nr. 1642).
De kunst van het vertalen. XVIII,4, pp. 2427-2428 (nr. 1644).
Over de Deinse kunstschilder Casimir Vandendaele. XVIII,4, p. 2429 (nr. 1648).
“Le Givre” van Claus (1895) en Streuvels’ debuut in de kunstkritiek. XVIII,5, pp. 2440-2442 (nr. 1647).
Betovering van paarden in Nazareth (1645). XVIII,5, p. 2444 (nr. 1648).
Deinzenaars bekroond op een voordrachtwedstrijd in Zingem (1867). XVIII,5, p. 2450 (nr. 1651).
Gratie en eerherstel voor Pieter Tessely. XVIII,5, pp. 2452-2455 (nr. 1654).
Molennieuws en andere berichten in de “Gazette van Gend” (1825). XVIII,5, pp. 2455-2456 (nr. 1655).
Galanterie en doodslag in Leerne in 1606. XVIII,6, pp. 2465-2469 (nr. 1666).
Over het plichtverzuim van de Deinse hoogbaljuw Martens. XVIII,6, pp. 2470-2472 (nr. 1667).
Het schilderij “De Samaritaan(se)” in de kerk van Astene. XVIII,6, pp. 2475-2477 (nr. 1671).

1999
Herbergen in Deinze, Petegem, Gottem en Wontergem in 1683. XIX,1, pp. 2479-2480 (nr. 1672).
J.B. van Haenewijck en P. van Landeghem, zilversmeden in Deinze. XIX,1, pp. 2482-2485 (nr. 1673).
Deinse krantenknipsels uit de 19e eeuw. XIX,1, pp. 2486-2489 (nr. 1674).
Henri Goeminne, derde in de WF-zangwedstrijd van 1869. XIX,1, p. 2490 (nr. 1676).
Nog Deinse berichten uit de “Gazette van Gend”, 1823-1825. XIX,1, pp. 2491-2492 (nr. 1678).
De terugkomst van de Oostenrijkers in Deinze in januari 1791. XIX,1, pp. 2494-2495 (nr. 1681).
Nog over het Jongenspensionaat in Deinze (1809-1810) en over het Meisjespensionaat in het Markiezaat (1823). XIX,1, pp. 2495-2497 (nr. 1682).
Deinse pensionaten in de Oostenrijkse, Franse en Hollandse Tijd. XIX,1, pp. 2497-2498 (nr. 1683).
De verdelging van kerkuilen (Vosselare/Bachte, 17e-18e eeuw). XIX,2, pp. 2500-2501 (nr. 1685).
Over de Gottemse heks Tanneken Sconyncx (1602) en de herbergen anno 1683. XIX,2, pp. 2503-2504 (nr. 1687).
Picqué-tentoonstelling Deinze 19.2.1999: Inleidende toespraak. XIX,2, 2510-2514 (nr. 1691).
De Deinse hoogbaljuw Martens ambieert een plaats in het Hoofdcollege van de Kasselrij. XIX,2, pp. 2514-2516 (zonder nr.).
Een remarquabel huys, stede ende erve (Astene, 1801). XIX,3, pp. 2521-2522 (nr. 1693).
De viering van 50 jaar tekenschool van Deinze (1910). XIX,3, pp. 2523-2524 (nr. 1695).
De muzikanten van het Deinse vrijwilligerscorps anno 1791. XIX,3, pp. 2527-2528 (nr. 1698).
Veilingsresultaten voor onze schilders in het jaar 1933. XIX,3, pp. 2529-2530 (nr. 1700).
De Deinse “Maetschappij van Land- en Hovingbouw” (1858). XIX,3, p. 2532 (nr. 1703).
Het Deinse markiezaat en twee windmolens te koop (Gazette van Gend 1809). XIX,3, pp. 2532-2535 (nr. 1704).
Van Deinse vechtersbazen driehonderd jaar geleden. XIX,4, pp. 2548-2549 (nr. 1707).
Nog knipsels uit de “Gazette de Gand”. XIX,4, pp. 2553-2554 (nr. 1709).
“Willem Wenemaer”, een gedicht van Augustin D’Huygelaere (1841). XIX,4, pp. 2554-2556 (nr. 1710).
Omstreeks 1830 zagen Gottem, Grammene en Wontergem er zo uit. XIX,5, pp. 2565-2567 (nr. 1713).
Grammense archiefsprokkelingen. XIX,5, pp. 2573-2574 (nr. 1716).
Zeventig huishoudens in Grammene (1685). XIX,5, pp. 2575-2577 (nr. 1718).
Een telling anno 1765 voor Gottem, Grammene en Wontergem. XIX,5, pp. 2579-2582 (nr. 1720).
Uit de vooroorlogse jaren van kunstschilder Modest Huys. XIX,6, pp. 2583-2588 (nr. 1721).
Een siamese tweeling uit Oeselgem tentoongesteld in Gent. XIX,6, pp. 2587-2588 (nr. 1724).
Huys-sprokkel. XIX,6, pp. 2592-2593 (zonder nr.).
Gottemnaar Albert de Blauwere van doodslag verdacht (1727). XIX,6, pp. 2596-2597 (nr. 1731).
Een herbergentelling in Wontergem in 1683. XIX,6, pp. 2598-2601 (nr. 1733).
14-jarige Roelant Vermandele per ongeluk gedood in Gottem (1680). XIX,6, p. 2601 (nr. 1734).
Franse priesters gevlucht naar Deinze (1792). XIX,6, p. 2602 (nr. 1735).

2000
Een vroeg gedicht (1917) van Fernand Pauwels. XX,1, pp. 2606-2607 (nr. 1736).
Een Deins pleidooi voor vrije scheepvaart op de Leie in Gent (1785). XX,1, pp. 2609-2613 (nr. 1738).
Een zeer oude Deinse herberg: De Zwarte Leeuw (1484). XX,1, pp. 2620-2622 (nr. 1743).
Een anonieme brief tegen de Deinse schepen Delcroix (1786). XX,2, pp. 2628-2630 (nr. 1748).
Uit de geschiedenis van “Den Groten Hert” op Deinze-Knok (1406-1790). XX,2, pp. 2631-2634 (nr. 1749).
Valerius De Saedeleer solliciteert naar een leraarsbetrekking aan de Academie van Aalst (1898). XX,2, pp. 2636-2637 (nr. 1751).
Deinse kunstschilders op het Gents Driejaarlijks Salon van 1847. XX,2, pp. 2639-2640 (nr. 1753).
Nog Deinse ketters in 1567-1568. XX,2, pp. 2641-2642 (nr. 1755).
Naar de molen gezonden worden: een straf? XX,2, pp. 2644-2646 (nr. 1756).
Het Goed te Bracx in Vinkt. XX,3, pp. 2654-2655 (nr. 1759).
Graanvoorraad te Vinkt anno 1693. XX,3, p. 2657 (nr. 1761).
De Duitsers in Zeveren in 1914-1918. Een verslag door de dorpspastoor. XX,3, pp. 2660-2664 (nr. 1764).
Een inventaris van het persoonlijk wapenbezit in Zeveren (1789). XX,3, pp. 2664-2665 (nr. 1765).
Meigem in 1914-1918. Een verslag door de dorpspastoor. XX,3, pp. 2665-2666 (nr. 1766).
Van Deinzenaars die vochten voor de Keizer van Mexico (1864-1867). XX,4, pp. 2669-2672 (nr. 1767).
De streek van Deinze anderhalve eeuw geleden (Dom. Sleeckx, 1858). XX,4, pp. 2680-2681 (nr. 1769).
Astense kiezers voor de Gentse Werkrechtersraad (1869). XX,5, pp. 2696-2697 (nr. 1774).
Astene in 1914-1918. Een verslag door de dorpspastoor. XX,5, pp. 2700-2701 (nr. 1777).
De parochies van Bachte, Maria Leerne en Martens-Leerne in 1712. XX,5, pp. 2705-2707 (nr. 1779).
Wie kent wie? Groepsfoto Gentse schilders 1914. XX,6, p. 2764.
Een oud volksspel: ringsteken (Petegem/Deinze, 1834 en 1857). XX,6, pp. 2718-2720 (nr. 1780).
Machtsmisbruik van de Astense baljuw Frans van Wonterghem (1685). XX,6, pp. 2721-2722 (nr. 1782).
Een vrijersdrama in Petegem (1683). XX,6, p. 2723 (nr. 1784).
De geschaakte bruid of het exploot van Pieter vander Plaetsen uit Leerne (1784). XX,6, pp. 2726-2727 (nr. 1785).
Het Goed te Breeschoot (Astene) verkocht in 1736. XX,6, pp. 2729-2730 (nr. 1786).
Het werkboekje van Angelique Wauters (Astene), arbeidster in de steenbakkerijen van Roubaix (1857-58), XX,6, pp. 2730-2731 (nr. 1787).
Een muziekfeest te Aalter in 1858. XX,6, p. 2731 (zonder nr.).

2001
Driekoningenfeest, 150 jaar geleden. XXI,1, pp. 2733-2734 (nr. 1789 – PH-328).
Deinse 85-plussers op de drempel van de 21e eeuw. XX,1, pp. 2735-2737 (nr. 1791).
Over de Petegemse burgemeesterszoon Constant Hopsomer (1752-1812) en over de Gentse mu- seumstukken, opgeslagen in de parochiekerken van Deinze, Petegem, Machelen en Vinkt (1797), XXI,1, pp. 2739-2742 (nr. 1792).
Illegaal jeneverstoken in Astene anno 1796. XXI,1, pp. 2746-2747 (nr. 1794).
Nog over de Deinse brandewijnstokers (1722-1725). XXI,1, pp. 2748-2749 (nr. 1795).
Een Duits “Conversationslexicon” uit 1932. XXI,1, pp. 2750-2752, nr. 1797.
Over “oorlogsschade” in Petegem (1792). XXI,2, p. 2757 (nr. 1799).
Een portret van Generaal Piccolomini in Olsene-Kasteel. XXI,2, p. 2762 (nr. 1800).
Het Goed te Overbeke in Petegem (en andere sprokkelingen uit een Staat van Goed uit 1639). XXI,2, pp. 2764-2765 (nr. 1801).
De kerkrekening 1596-1598 van de Deinse Onze-Lieve-Vrouwekerk. XXI,2, pp. 2769-2771 (nr. 1802).
J.C. Van Rotterdam, huisarts in Deinze (1793-1794), later professor en rector in Gent. XXI,3, pp. 2779-2781 (nr. 1804).
Hoeveel kostte een schilderij omstreeks het jaar 1910? XXI,3, 2783-2784 (nr. 1805).
Claus en andere Leieschilders op de Biënnale van Venetië in 1909. XXI,3, pp. 2791-2792 (nr. 1808).
Een Deinse baljuw met roversmanieren (anno 1437). XXI,3, p. 2796 (nr. 1809).
De velokoers van Petegem-kermis op ’t Kouterken in 1946-1948. XXI,4, pp. 2799-2802 (nr. 1811).
Een Franse toerist in Ooidonk, Kruishoutem en Drongen. XXI,4, pp. 2804-2805 (nr. 1812).
Hoe signeerde “Carlo” Picqué zijn schilderijen? XXI,4, pp. 2812-2814 (nr. 1813).
Een Russisch gezant middagmaalt in Deinze anno 1705. XXI,4, pp. 2817-2818 (nr. 1814).
Antoon Van Parys’ eerste tentoonstelling buiten Deinze (1911). XXI,5, pp. 2830-2831 (nr. 1821).
De Hannoverse Grenadiers in Deinze in mei 1794. XXI,5, p. 2836 (nr. 1824).
Denombrementen van lenen, gehouden van het Land van Nevele, 1570. I. Lenen in Gottem en Wontergem. XXI,6, pp. 2841-2843 (nr. 1827).
Een koorzangvereniging “La Fraternité” in Deinze (1849). XXI,6, pp. 2847-2848 (nr. 1830).
Losse berichten over de “schoolstrijd” anno 1879. XXI,6, pp. 2850-2851 (nr. 1831 - P.H. 350).
De Deinse herbergen op het einde van de Oostenrijkse periode. XXI,6, pp. 2854-2855 (nr. 1833).

2002
En toen waren ze al met zeven: Deinse 100-plussers in 2002. XXII,1, p. 2863 (nr. 1835).
Denombrementen van lenen, gehouden van het Land van Nevele, 1570. II. Acht lenen in Vinkt. XXII,1, pp. 2867-2869 (nr. 1836).
De oprichting van de Petegemse “patronage” in de jaren 1870. XXII,1, pp. 2873-2876 (nr. 1838).
Denombrementen, gehouden van het Land van Nevele, 1570. III. Lenen in Bachte en Leerne. XXII,2, pp. 2885-2886 (nr. 1839).
Josephus Jacobus Jonckheere, geneesheer in Deinze (1766-1784). XXII,2, pp. 2888-2890 (nr. 1841).
De graancrisis van 1740-1741 en een lofdicht op aartshertogin Maria Elisabeth, landvoogdes van de Zuidelijke Nederlanden. XXII,2, pp. 2897-2899 (nr. 1847).
Gewrocht in de fortificatie tot Deynse (1706). XXII,2, pp. 2903-2904 (nr. 1848).
Denombrementen van lenen, gehouden van het Land van Nevele, 1570. IV. Lenen in Astene, Meigem en Zeveren. XXII,3, pp. 2907-2909 (nr. 1851).
De internationale conferentie(s) van Deinze (1676-1678). XXII,3, pp. 2912-2915 (nr. 1852).
Opgeëist kerkzilver anno 1569 (in Deinze en Nevele). XXII,3, pp. 2922-2923 (nr. 1855).
De schilderijen en boeken van de Deinse onderpastoor C.J. Simoen (1743). XXII,4, pp. 2931-2932 (nr. 1858).
Vreemde “operateurs-oculisten” en dentisten in Deinze (1783). XXII,4, p. 2939 (nr. 1859).
Frans Faulte, Deinse schepen en chirurgijn († 1735). XXII,4, pp. 2942-2944 (nr. 1861).
Frans Govaerts, de eerste apotheker in Deinze (anno 1772). XXII,5, pp. 2952-2954 (nr. 1863).
De bezittingen van J. Fr. Van Landeghem (1702-1784), de eerste doctor in Deinze, gerechtelijk geveild in 1765. XXII,5, pp. 2958-2960 (nr. 1866).
Over de markies van Deinze […] en nog ander nieuws uit de jaren 1670-1680. XXII,5, pp. 2965-2967 (nr. 1868).
“Op z’n reeuwstro liggen”. (Over de “contagieuse sieckte” te Deinze in 1668-1670). XXII,6, pp. 2973-2974 (nr. 1870).
Een zevende-zoon-op-rij, in Deinze, anno 1738. XXII,6, pp. 2978-2979 (nr. 1872). Zie ook nog: XXIII,2,pp. 3029-3031.
Een Zwevegemnaar kandidaat-schoolmeester in Petegem (1735). XXII,6, p. 2991 (nr. 1876).

2003
Uit oude Deinse procesdossiers (17e en 18e eeuw). XXIII,1, pp. 2994-2996 (nr. 1877).
Van een Astense herbergier die chirurgijn speelde (Adriaen Moerman,1760-1763). XXIII,1, pp. 2999-3000 (nr. 1878).
Een nieuwe stadsklok voor Deinze (1618). XXIII,1, pp. 3004-3005 (nr. 1881).
Over oorlogslasten (Deinze en Petegem), laatste kwart 17e eeuw. XXIII,1, pp. 3010-3012 (nr. 1884).
Over Deinse schilders in een Hollands spectrum. XXIII,2, pp. 3015-3017 (nr. 1885).
Nog lijkschouwingen in Deinze in de 18e eeuw (1727-1773). XXIII,2, pp. 3020-3022 (nr. 1887).
Jubileumviering 50-jarig bestaan van de H. Barbaraconfrerie (1784). XXIII,2, pp. 3024-3025 (nr. 1889).
De Deinse smid Karel L.M. Tuytschaever (1879-19??), ook een zevende-zoon-op-rij. XXIII,2, pp. 3029-3031 (nr. 1891).
Wetenswaardigheden uit de Deinse stadsrekeningen van de 17e eeuw. XXIII,3, pp. 3037-3040 (nr. 1892).
Joos van Halewijn, Deins schilder († ca. 1552). XXIII,3, pp. 3043-3045 (nr. 1894).
De Deinse boogschutters van St.-Joris en van St.-Sebastiaan omstreeks 1500. XXIII,3, pp. 3046-3048 (nr. 1897).
Wetenswaardigheden uit de Deinse stadsrekeningen (1531-1535). XXIII,3, pp. 3051-3053 (nr. 1898).
Over kinderen die “hoort hauwert” geroepen hebben. XXIII,3, pp. 3055-3056 (nr. 1901).
Zes beeldenstormers in Deinze onthoofd (1568) en nog andere wetenswaardigheden uit de bal- juwsrekeningen. XXIII,4, pp. 3059-3062 (nr. 1903).
Deins koopmanschap en handelsprotectionisme (1626, 1654). XXIII,4, pp. 3066-3067 (nr. 1906).
Antwooord nopens den rooden-loop … door J.C. Van Rotterdam (22 thermidor II). XXIII,4, pp. 3073-3077 (nr. 1907).
Landvoogdes Maria van Hongarije bezoekt Deinze in 1533 & nog andere festiviteiten in onze stad (15e-16e eeuw). XXIII,5, pp. 3095-3097 (nr. 1912).
Lucie Oosterlinck uit Astene miraculeus genezen in Nazareth (1557). XXIII,5, p. 3101 (nr. 1915).
Deinze viert zijn markies, ridder van het Gulden Vlies (1765). XXIII,6, pp. 3105-3106 (nr. 1916).
Uit een stadsrekening van Deinze (1755). XXIII,6, pp. 3110-3111 (nr. 1918).
Een vrouw uit Grammene, vermoord door Jan de Lichte (1748). XXIII,6, pp. 3115-3116 (nr. 1919).
De oudste armendisrekeningen van Deinze-O.-L.-Vrouw (late 16e eeuw). XXIII,6 , pp. 3117-3119 (nr. 1921).

2004
Een Deinse brandbrief (1621). XXIV,1, pp. 3129-3131 (nr. 1924).
Waarheen trokken de Deinzenaars op “pelgrimage”? (Bedevaarten 1536-1555). XXIV,1, pp. 3133- 3136 (nr. 1926).
Deinze, honderd jaar geleden, I (1904). XXIV,1, pp. 3140-3142 (nr. 1927).
Een Ierse bisschop dient het vormsel toe in Deinze (1667). XXIV,2, pp. 3147-3148 (nr. 1929).
Deinse stadsmagistraat in 1535. XXIV,2, p. 3157 (nr. 1932).
Arthus Boesse (en Alva), een tweezang door Pieter Kints. XXIV,2, pp. 3158-3160 (nr. 1934).
Over de herberg “De Drie Koningen” nabij de Knok (1428-1632). XXIV,2, pp. 3164-3166 (nr. 1936).
Drie windmolens op Deinze-buiten (Kouter) in 1788. XXIV,3, p. 3184 (nr. 1939 - P.H. 400).
Over een Cesar De Cock-schilderij in het Museum van Deinze. XXIV,3, pp. 3185-3186 (nr. 1940).
Het schouteetdom der Stede ende Marquisaet van Deinze (17e eeuw). XXIV,3, pp. 3198-3199 (nr. 1944).
Over de ammanie van Deinze (16e-17e eeuw). XXIV,3, pp. 3200-3202 (1946).
De “visitatie” van bisschop Carolus Maes in Wontergem (1611). XXIV,3, pp. 3204-3205 (nr. 1948).
Over Jan Clays en Joos de Weert, of een doodslag te Sint-Martens-Leerne (1614). XXIV,3, pp. 3209-3210 (nr. 1949).
Een paarden- en koeientelling in 1586 in het Land van Nevele. XXIV,4, pp. 3228-3231 (nr. 1956).
De visitaties van mgr. Triest in Wontergem (1624-1652). XXIV,4, pp. 3240-3244 (nr. 1959).

2005
Deinze, honderd jaar geleden, II (1905). XXV,1, pp. 3250-3252 (nr. 1961).
Over Philippus Jacobus Van Laere (1758-1830), Petegemse schepen in de Franse Tijd. XXV,1, pp. 3256-3260 (nr. 1964).
Over de doodslag door molenaar Jan van Overtfelt, Sint-Maria-Leerne (1619), XXV,1, pp. 3264-3266 (nr. 1967).
De onderwijsenquête door Maria Theresia (1777). XXV,1, pp. 3267-3270 (nr. 1969).
Bisschoppelijke beslissingen in verband met enkele Deinse parochies (ca. 1720). XXV,1, pp. 3273-3275 (nr. 1972).
De Deinse schilder Pieter Cras op het Gents schildersalon in 1810. XXV,1, pp. 3276-3277 (nr. 1974).
Nog over het gezin van de zilversmid J.B. van Haenewijck. XXV,1, pp. 3278-3280 (nr. 1975).
Over een “portret van dokter Boddaert” (door Picqué?). XXV,2, pp. 3295-3298 (nr. 1980).
Een portret van de Deinse vrederechter Jacques Desprez (1805). XXV,2, pp. 3299-3301 (nr. 1982).
De gebroeders De Cock op de schildersalons (1872/1877). XXV,2, pp. 3302-3305 (nr. 1984).
Twee brieven (1852-1853) betreffende Firmin Bouvy. XXV,2, pp. 3310-3312 (nr. 1985).
Bladerend in “De Leye. Katholiek Weekblad” (1928-1931). XXV,2, pp. 3312-3314 (nr. 1986).
[KGK-Bestuurslid dr. Paul Huys ontving Provinciale Prijs Genealogie. XXV,2, pp. 3285-3288, z.nr.]
[Enkele errata en addenda bij het KGK-Jaarboek LXXII, 2005. XXV,2, p. 3294, z.nr.]
De rentmeesters van het grafelijk domein (o.a. in Deinze, Petegem en Astene) in de late mid- deleeuwen (ca. 1400). XXV,3, pp. 3316-3317 (nr. 1987).
[Paul Huys geeft les in historische kritiek en zoekt verder naar de resterende werken van Charles Picqué. XXV,3, pp. 3317-3318, nr. 1989, door Willy Jonckheere.]
Achiel Cassiman als dichter. XXV,3, pp. 3318-3322 (nr. 1990).
“Welsprekende” Deinzenaars in een Oudenaardse prijskamp (1871). XXV,3, p. 3326 (nr. 1991).
De schoolstrijd 1879: De katholieke schoolbeweging in de dorpen rond Deinze. XXV,3, pp. 3334-3336 (nr. 1993).
“Prefererende gratie voor rigeur van justitie.” Over de diefstal van een koe, Sint-Martens-Leerne 1585. XXV,3, pp. 3341-3342 (nr. 1996).
Hoe een bruiloftsfeest aan een lijkbaar eindigde (Meigem 1621). XXV,3, pp. 3346-3347 (nr. 1997).
Van jonge boefjes, opgegroeid voor galg en rad (Meigem 1713, Sint-Martens-Leerne 1726, Vinkt 1750). XXV,4, pp. 3350-3352 (nr. 1999).
Afpersing, geweld en andere “rudessen” van soldaten (Sint-Maria-Leerne 1657 & Vinkt 1654). XXV,4, pp. 3353-3355 (nr. 2001).
“De Duitschers in St. Henricus’ Gesticht te Deynze” (1914-1918). XXV,4, pp. 3359-3360 (nr. 2003).
Deins nieuws in het Meetjeslands weekblad “De Noordster”, 1924-1928. XXV,4, pp. 3361-3364 (nr. 2005).
Het Sint-Hendriksgesticht tijdens de Duitse bezetting (1914-1918). XXV,4, pp. 3366-3367 (nr. 2006).
De schilders Gaston Van Landeghem en Albert Saverys op de banken van de Stadstekenschool van Deinze. XXV,4, pp. 3372-3374 (nr. 2008).
Deins nieuws in het weekblad “De Voorwacht” (1930-1935). XXV,4, pp. 3376-3379 (nr. 2010).
“Maar, Walen, gij zijt rare vogels.” Nog iets over Pieter Kints’ gezangenbundel “Heidebloemen” (1892). XXV,4, pp. 3380-3382 (nr. 2012).

2006
Deinze, 100 jaar geleden – afl. III (1906). XXVI,1, pp. 3387-3390 (nr. 2014).
Baldadige soldaten in Meigem anno 1589. XXVI,1, pp. 3392-3393 (nr. 2016).
Een doodslag voor wat pluimen op een hoed (Zeveren, 1547). XXVI,1 pp. 3393-3396 (nr. 2017).
Vader en zoon Saverys met Raveel op het Vierjaarlijks Salon van Luik, 1953. XXVI,1, p. 3398 (nr. 2018).
Sint-Maria-Leerne, een “arm dorp” van twee dozijn huishoudens. XXVI,1, pp. 3400-3401 (nr. 2020).
Archivalische sprokkelingen (ca. 1670-1715). XXVI,1, pp. 3403-3404 (nr. 2022).
“Informatie op eenighe brutaliteyten voorgevallen op de prochie van Vynck” (1781). XXVI,1, pp. 3405-3406 (nr. 2024).
Troepenlast te Meigem op het einde van de Tachtigjarige Oorlog (1645-1647). XXVI,1, pp. 3408 -3409 (nr. 2026).
Troepenlast te Vinkt in 1711. XXVI,1, pp. 3412-3413 (nr. 2028).
De sterfte in de dorpen rond Deinze tijdens de hongerjaren 1846-1848. XXVI,1, pp. 3414-3416 (nr. 2029).
De moeizame levering van “pioniers” in het door oorlog verwoeste en half-ontvolkte Sint-Maria-Leerne, anno 1711. XXVI,2, pp. 3424-3427 (nr. 2032).
De wonderbare genezing te Lourdes van een Deinse vrouw in 1937. XXVI,2, p. 3429 (nr. 2034).
Nog over de kostschool van meester Van Geersdale in Deinze (1840). XXVI,2, pp. 3430-3431 (nr. 2036).
“Mijn dierbaar Wonterghem”, een liedje uit de schoolstrijd van 1879. XXVI,2, pp. 3432-3434 (nr. 2038).
Scènes uit de schoolstrijd van 1879 in Wontergem. XXVI,2, pp. 3435-3437 (nr. 2040).
Over Pieter van Coppenolle, amman van Grammene (1715), XXVI,2, pp. 3438-3440 (nr. 2041).
Over Prosper De Wilde (1858-1859), en andere veeartsen in Deinze. XXVI,2, pp. 3443-3445 (nr. 2043).
Over een vechtpartij in Vinkt in 1664 en over de Vinktse “officier” Niclaes Provyn. XVII,2, pp. 3446-3448 (nr. 2045).
Over een kunsttentoonstelling te Deinze in 1937. XXVI,3, p. 3455 (nr. 2047).
Slagen en verwondingen in ”troubelen tijt van oorloghe” (Vinkt 1702). XXVI,3, pp. 3456-3457 (nr. 2048).
De familie Roelants en het Schouteetdom van Deinze (17e eeuw). XXVI,3, pp. 3458-3460 (nr. 2050).
De humaniora in het Sint-Hendrikscollege – Schooljaar 1940-1941. XXVI,3, pp. 3462-3463 (nr. 2052).
Deinzenaars in de dossiers van het oude “Gasthuis” te Leuven. XXVI,3, pp. 3470-3472 (nr. 2054).
Gaaischietingen in Deinze en Astene (1837-1838). XXVI,3, pp. 3474-3475 (nr. 2056).
De Deinse dichter August D’Huygelaere in een Duits naslagwerk. XXVI,3, pp. 3476-3477 (nr. 2057).
Herinneringen aan het Sint-Hendrikscollege: toneel en koorzang op de prijsuitdelingen (1936-1951). XXVI,3, pp. 3479-3481 (nr. 2058).
Over het ringsteken, een oud volksspel, in de jaren ’60 en ’70 van de 19e eeuw. XXVI,3, pp. 3481 -3484 (nr. 2060).
Vleesderven anno 1623: een proces tegen de baljuw van de heerlijkheid ter Leistraete in Zeveren. XXVI,4, p. 3487 (nr. 2061).
Over de ruzie(s) tussen baljuw Jan de Lantsheere en amman Pieter van Coppenolle in Grammene (1706-1713). XXVI,4, pp. 3488-3490 (nr. 2063).
De amman van Grammene mishandeld in de uitoefening van zijn ambt. XXVI,4, pp. 3491-3492 (nr. 2065).
Verboden (?) visvangst met de “pulsack” te Astene in 1686. XXVI,4, pp. 3495-3496 (nr. 2067).
Een oud volksliedje over de schandpaal van Zeveren. XXVI,4, pp. 3498-3499 (nr. 2069).
Privé-wapenbezit te Wontergem anno 1789. XXVI,4, p. 3505 (nr. 2071).
Een verzoekschrift van de Leie-boottrekkers in de streek van Deinze anno 1818. XXVI,4, pp. 3506-3508 (nr. 2073).
Brouwketels in Gottem en Wontergem anno 1680. XXVI,4, pp. 3509-3510 (nr. 2075).
Herrie rond de Sint-Elooisprocessie in Vosselare (en elders), 1809. XXVI,4, pp. 3512-3513 (nr. 2077).
Het zangkoor “Kleynzonen der Leye” uit Sint-Martens-Leerne (1849-1860). XXVI,4, pp. 3514-3515 (nr. 2079).
De bevolkingscijfers van (Groot-)Deinze in 1800. XXVI,4, pp. 3516-3518 (nr. 2081).

2007
Deinze, 100 jaar geleden – afl. IV (1907). XXVII,1, pp. 3522-3525 (nr. 2084).
De Fransen plunderen Vinkt tijdens de Negenjarige Oorlog (1694). XXVII,1, p. 3528 (nr. 2086).
Molens in de streek van Deinze in de oorlogsjaren 1674-1678. XXVII,1, p. 3531 (nr. 2087).
Bachte en Zeveren in de Negenjarige Oorlog (1690-1691). XXVII,1, pp. 3532-3535 (nr. 2089).
Over de Franse oorlogscontributie in het Land van Nevele (1695). XXVII,1, pp. 3535-3537 (nr. 2091).
Het graanrantsoen van de Leiedorpen geconfisqueerd door Deense troepen tijdens de Negenjarige Oorlog. XXVII,1, pp. 3538-3539 (nr. 2093).
Over Meigem, Leerne, Vinkt en andere dorpen benoorden Deinze in het begin van de Negenjari- ge Oorlog. XXVII,1, pp. 3540-3541 (nr. 2095).
Over vroedvrouwen te Gottem in de achttiende eeuw. XXVII,1, pp. 3543-3546 (nr. 2096).
Uit de rekeningen van het Armbestuur van de O.-L.-Vrouweparochie van Deinze 1828-1832. XXVII,1, pp. 3547-3548 (nr. 2097).
Over Deinse bedelaars (in het Brugse bedelaarswerkhuis) in 1844. XXVII,1, pp. 3550-3551 (nr. 2101).
Adreskaartjes van Deinse bedrijven: een collector’s item? XXVII,2, pp. 3558-3561 (nr. 2103).
De Deinse kunstschilder Gustaaf Hertoge exposeert in Gent (1925). XXVII,2, p. 3564 (nr. 2105).
Over kunstenaarsbroers… (De Cock, De Smet, Van de Woestijne, d’Haese). XXVII,2, p. 3566 (nr. 2106).
Een molenbergschilderij (1906) van ene François Picqué. XXVII,2, pp. 3567-3568 (nr. 2108).
Landschapschilder Octave Malfait (1857-1932), oom van Hubert. XXVII,2, pp. 3571-3573 (nr. 2109).
Een gewelddadige afrekening in Grammene (1786): moordpoging door Augustinus Cabrie op Jacobus vanden Berghe. XXVII,2, pp. 3580-3582 (nr. 2112).
Over August De Schepper, vergeten Vinkts letterkundige (19e eeuw). XXVII,3, pp. 3588-3591 (nr. 2115).
Over de aloude Deinse brouwerij-herberg “Den Ooievaarsnest” (vroeg-16e tot midden-18e eeuw). XXVII,3, pp. 3593-3595 (nr. 2117).
Over een leen in ’t Goed te Wierincx in Wontergem (1445). XXVII,3, pp. 3597-3599 (nr. 2119).
“Violentiën” (verwondingen en doodsbedreigingen) in Grammene, 1748 (Over jeugdcriminaliteit tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog). XXVII,3, pp. 3606-3610 (nr. 2122).
“Wilt al in ruste tspel aenschouwen…” (Over toeschouwersgedrag bij een toneelopvoering, Aste- ne, 1783). XXVII,3, pp. 3612-3614 (nr. 2124).
Nog over nooddopen en vroedvrouwen in Gottem (18e eeuw). XXVII,3, pp. 3615-3618 (nr.2125).
Over Gaston Baert, Pierke Pijcke en ’t Beertje… XXVII,4, pp. 3625-3630 (nr. 2129).
Werk van onze XIXe-eeuwse Deinse schilders in recente veilingen. XXVII,4, pp. 3631-3632 (nr. 2131).
Het Gottems “Leen te Walenbeke” en twee Leernse lenen onder Axpoele (1457). XXVII,4, pp. 3634-3635 (nr. 2133).
Gaaischietingen in de streek van Deinze 140 jaar geleden. XXVII,4, pp. 3640-3641 (nr. 2134).
De allereerste tentoonstelling van Modest Huys (Deinze 1897). XXVII,4, pp. 3645-3647 (nr. 2136).
Vroedvrouwen in de dekenijen Deinze en Tielt (1682-1685 en 1734-1735). XXVII,4, pp. 3647-3649 (nr. 2138).
Over wijn gesproken: drinken in de Wijnschole… (Bij een Deinse nieuwj      aarsfoto van bijna een eeuw geleden.). XXVII,4, pp. 3650-3651 (nr. 2141 – P.H. nr. 500).
Zie ook: W. Prevenier, Een jubileum: vijfhonderd maal Paul Huys. XXVII,4, pp. 3652-3654 (nr. 2142).

2008
Deinze, honderd jaar geleden – afl. V (1908). XXVIII,1, pp. 3664-3669 (nr. 2143).
“Van die vrouwe op trapkens-Autaer in Gottem-kerk (Een verhaal van Camiel De Waegenaere, in ’t Getrouwe Maldegem, 1909). XXVIII,1, pp. 3675-3683 (nr. 2146).
Nog over Deinze(naars) in het Nationaal Biografisch Woordenboek, deel 18 (2007). XXVIII,1, pp. 3688-3689 (nr. 2149).
Nog over Gaston P. Baerts vertellingen in ’t Beertje (1951-1970). XXVIII, 2, pp. 3690-3692 (nr. 2150).
Over hanekampen en hanendiefstal (Vinkt, 1845-1846). XXVIII,2, pp. 3706-3707 (nr. 2161).
Over houtschaarste en boomveilingen eind XVIIIe eeuw. XXVIII,2, pp. 3708-3709 (nr. 2164).
De kermis-wielerkoersen op het Kouterke in de jaren ’30. XXVIII,2, pp. 3710-3713 (nr. 2166).
Duiven-geneesmiddelen van de Deinse apotheker Vande Keer (1891). XXVIII,2, pp. 3716-3717 (nr. 2172).
In woordenboeken lezen… XXVIII,2, pp. 3719-3720 (nr. 2174).
Leen en Heerlijkheid van Boelaere in Petegem (XVIe-XVIIIe eeuw). XXVIII,3, pp. 3733-3734 (nr. 2178).
Over een anoniem verzetspamflet uit september 1944 [Co-auteur: Eric Claerhout]. XXVIII,4, pp. 3766-3775 (nr. 2191).
Deinzenaars exposeren in het Gents Caermersklooster (Richard Simoens en Eric Standaert). XXVIII,4, pp. (nr. 2193).
Deinze, honderd jaar geleden – afl. VI (1909). XXVIII,4, pp. 3783-3788 (nr. 2196).

2009 
Cyriel Buysse over de dorpsmolen van Deurle. XXIX,1, pp. 3798-3802 (nr. 2198).
In woordenboeken lezen… (II). XXIX,1, pp. 3808-3810 (nr. 2200).
Van een vrouw die zich driemaal liet herdopen… XXIX,1,  pp. 3810-3812 (nr. 2202).
Over de Claerhout-woning aan de Guido Gezellelaan (nu 121). XXIX,1, pp.3814-3816 (nr. 2204).
De toneelbond “Sint-Maartensvrienden” in Petegem. (Over enkele opvoeringen in de vroege jaren ’50). XXIX,1, pp. 3818-3821 (nr. 2207).
Nog over het anoniem verzetspamflet van 1944. XXIX,2, pp. 3825-3827 (nr. 2212)
De parlementaire schoolenquête van 1880, een authentieke documentatiebron uit de Schoolstrijd van 1879-1884. De opgeroepen getuigen in de kantons Deinze en Nevele. XXIX,2, pp. 3829-3831, nr. 2215).
Losse archiefvondsten betreffende Groot-Deinze in registers van de “Indaginge” (Archief van de “Lieutenant-Civil” in Gent), 1693-1745. XXIX,2, pp. 3834-3838 (nr. 2217).
Een brief van Julius De Praetere vanuit Zürich (1907). XXIX,2, pp. 3839-3841 (nr. 2219).
Foto’s uit de oude doos… of: Deinse studenten op de Academie van Gent (1942-1944). XXIX,2, pp. 3843-3847 (nr. 2223).
Een Deinse oorkonde (1447) in het Iepers archief. XXIX,2, pp. 3853-3855 (nr. 2227).
Willemsfondsleden in de streek van Deinze (late 19e eeuw), XXIX, 3, pp. 3859-3862 (nr. 2228).
In woordenboeken lezen… (III). XXIX,3, pp. 3864-3866 (nr. 2230).
Een herbergenlijst van de Gentse Oudburg anno 1774 (Herbergen in Meigem, de beide Leernes en Gent. XXIX,3, pp. 3866-3868 (nr. 2231).
Hugo Claus en de “boekverbranding” anno 1942.  XXIX,4, pp. 3899-3901 (nr. 2238).
Vinktenaars op het beklaagdenbankje (1728-1767). (Uit de vonnissenregisters van de Luitenant-Civil van Gent). XXIX,4, pp. 3902-3906 (nr. 2240).
Veilingsresultaten: Deinse kunstenaars op de actuele kunstmarkt. XXIX,4, pp. 3907-3909 (nr. 2243).
Uit het weekblad “De veldbloem van Cruyshautem” (1864). XXIX,4, pp. 3911-3912 (nr. 2247).
Inwoners uit Bachte en Leerne op het beklaagdenbankje (1728-1767). (Uit de vonnissenregisters van de Luitenant-Civil van Gent). XXIX,4, pp. 3913-3918 (nr. 2249).
In woordenboeken lezen… (IV). XXIX,4, pp. 3921-3923 (nr. 2251).

2010
Deinze 100 jaar geleden – afl. VII (1910). XXX,1, pp. 3927-3931 (nr. 2252).
De Postduif, Deins “Weekblad van Duivenliefhebberij” (1899-1900). XXX,1, pp. 3931-3933 (nr. 2255).
Astenaars op het beklaagdenbankje (1728-1767). (Uit de vonnissenregisters van de Luitenant-Civil van Gent). XXX,1, pp. 3934-3936, (nr. 2257).
“De Segenpraelende Esther ende onderganck van Mardocheus”. (Door de stadsschepenen verboden toneelopvoering aan Petegem-Knok in 1780). XXX,1, pp. 3939-3940 (nr. 2259).
Nog over de Wakkense broodbakker-rederijker P.J. de Borchgrave. XXX,1, pp. 3942-3943 (nr. 2261).
Deinse feestvreugde bij de geboorte van keizer Karel anno 1500. XXX,1, pp. 3946-3948 (nr. 2263).
Over zwarte en witte, rode en gouden leeuwen als herbergnaam. XXX,1, pp. 3948-3949 (nr. 2265).
Inwoners van Gottem, Grammene en Wontergem op het beklaagdenbankje (Uit de vonnissen- registers van de Luitenant-Civil, 1728-1767). XXX,1, pp. 3951-3953 (nr. 2267).
Een partijdig optreden van de Deinse hoogbaljuw Ch. Ph. Martens (1788-1790). XXX,1, pp. 3954-3956 (nr. 2269).
In woordenboeken lezen… (V). XXX,2, pp. 3966-3968 (nr. 2272).
Betwistingen in het sterfhuis van de Gottemnaars Jeroen Dujardin (1680) en Gillis Biebuyck (1689). XXX,2, pp. 3970-3971 (nr. 2274).
Deinze in een eigentijdse kroniek over de Guldensporenslag van 1302. XXX,2, pp. 3973-3974 (nr. 2277).
Joannes Hollebeke en Carel Tant, voermans van Vinkt op Gent (2e kwart 18e eeuw). XXX,2, pp. 3976-3977 (nr. 2279).
Betwisting over het pachtcontract van Pieter Gillis van Liere (Deinze-Buiten 1771). XXX,2, pp. 3978-3979 (nr. 2280).
Een Drongens rapport over een Petegemse verdachte (1880). XXX,2, pp. 3982 (nr. 2282).
Vonnissen tegen beklaagden uit Deinze, Petegem, Meigem en Zeveren (Archief van de Luitenant-Civil van de Indaginge, 1728-1767). XXX,2, pp. 3984-3989 (nr. 2284).
In woordenboeken lezen… (VI). XXX,2, pp. 3990-3992 (nr. 2286).                               
Over turfsteken in Vinkt en Zeveren in het midden van de 18e eeuw. XXX,3, pp. 3995-3998 (nr. 2287).
Oorlogsschade aan „Den Hert“ in Sint-Martens-Leerne (1705). XXX,3, pp. 4001-4002 (nr. 2289).
Een incident rond keizersgezindheid anno 1792. XXX,3, pp. 4014-4015 (nr. 2291).
Een betwisting over de erfenis van de pastoor van Vinkt (1738). XXX,3, pp. 4017-4018 (nr. 2293).
Over het Goed ten Kieckcauwe (voordien Caudenhove) te Gottem (1590-1742). XXX,3, pp. 4019-4020 (nr. 2295).
Over wrijvingen allerhande tussen Deinse medeburgers (late 18e eeuw). XXX,3, pp. 4021-4025 (nr. 2297).
Deinzenaars over „Mei 1940. België op de vlucht“. XXX,4, pp. 4031-4032 (nr. 2301).
Losse bedenkingen bij een TV-reportage over Raoul De Keyser. XXX,4, pp. 4036-4037 (nr.2303).
Meer over enkele Deinse chirurgijns (1652, 1729). XXX,4, pp. 4044-4045 (nr. 2306).
Zware criminaliteit in Deinze: een kindermoord (1691) en een brandstichting (1697). XXX,4, pp. 4041-4049 (nr. 2308).
Over een vechtpartij in Deinze wegens de „schutting“ van een paard (1652). XXX,4, pp. 4049-4050 (nr. 2309).
Graandiefstal op de Meulenberg bij de Brugse Poort (1794). XXX,4, pp. 4050-4052 (nr. 2310).
Een misdrijf tegen de fysieke integriteit van een jonge Deinse weduwe (1669). XXX,4, p. 4052 (nr. 2311).
De verdachte dood van de olieslager Judocus de Sloovere, herbergier „In de Kleppe“ op Deinze-Buiten (1773). XXX,4, pp. 4052-4056 (nr. 2312).
Petegemse houtdieven een uurtje „geëxposeerd aan het pellerijn“ (1743). XXX,4, p. 4057 (nr. 2313).

2011
Deinze, honderd jaar geleden - afl. VIII (1911). XXXI,1, pp. 4066-4071 (nr. 2314).
De Deinse hoogbaljuw Ch. Ph. Martens koopt eigendommen op krediet (1784). XXXI,1, pp. 4072-4073 (nr. 2316).
Over lijkschouwingen, een apothecaris-chirurgijn en een vroedvrouw met schulden (Deinze, laat)-17e & midden-18e eeuw). XXXI,1, pp. 4074-4076 (nr. 2318).
Oorlogsberichten betreffende Deinze in het dagblad Vooruit (zomer-herfst 1914). XXXI,1, pp. 4077-4080 (nr. 2320).
Over Duitse huzaren verrast in Deinze (september 1914). En over een overvliegende zeppelin.
XXXI,1, pp. 4089-4091 (nr. 2325).                                                                                
Deinse advertenties in de „Gazette van Gend“, jaargangen 1771-1775. XXXI,2, pp. 4097-4098 (nr. 2329).
In woordenboeken lezen… (VII). XXXI,2, pp. 4102-4104 (nr. 2332).
Het Erasmusgenootschap in Deinze (Seizoen 1954-1955). XXXI,2, pp. 4104-4106 (nr. 2334).
Over de Deinse koopman Chretien Byl en zijn ongelukkige vrouw (1823 & 1830). XXXI,2, pp. 4106-4107 (nr. 2336).
Over de herbergen „Den Hert“ in Leerne en Wontergem. XXXI,2, pp. 4110-4111 (nr. 2342).
Problemen rond de herstelling van de Leiebrug in Deinze (1752-1771). XXXI,2, pp. 4114-4116   (nr. 2344).
Deinze had geen poorterij tussen 1729 en 1786. XXXI,2, pp. 4117-4118 (nr. 2346).
Deinse nieuwsberichten in de „Gazette van Gend“, jaargangen 1804 & 1805. XXXI,2, pp. 4119-4121 (nr. 2348).
Nogmaals de Leiebrug in Deinze (1785-1794). XXXI,2, pp. 4123-4125 (nr. 2350).
Deinse berichten in de „Gazette van Gend“ (1807). XXXI,2, pp. 4125-4127 (nr. 2351). 
Addenda en corrigenda bij het boek over „De Kortrijkstraat“, XXXI,3, pp. 4132-4135 (nr. 2352).
Over de Deinse gebroeders Ottevaere (de oude en de jonge): een rechtzetting, XXXI,3, pp. 4138-4139 (nr. 2355).
Het gezin van de Petegemnaar Balthazar de Ruyck (18e eeuw),  XXXI,3, pp. 4140-4141 (nr. 2357).
Canadees oorlogsmaterieel in de Kortrijkstraat (september 1944), XXXI,3, pp. 4150-4151 (nr. 2359).
Handelszaken en kantoren in de Kortrijkstraat in 2008, XXXI,3, pp. 4153-4155 (nr. 2361).
Over het gezin Godefridus Billiet - Maria Catharina de Smet (Petegem, 2e helft 18e eeuw),    XXXI,3, pp. 4156-4157 (nr. 2363
Diverse Deinse archivalia uit de jaren ’80 van de achttiende eeuw, XXXI,4, pp. 4167-4171 (nr. 2369).
Echtscheidingen in Deinze onder keizer Jozef II (1788), XXXI,4, pp. 4172-4174 (nr. 2371).
Tweehonderd jaar geleden: Deinse berichten in de „Gazette de Gand“, resp. „Journal du Département de l’Escaut“ (1811), XXXI,4, pp. 4176-4177 (nr. 2373).
Over de herberg „Antwerpen“ op de westzijde van de Markt in Deinze (17e eeuw), XXXI,4, pp. 4178-4179 (nr. 2375).
Deinse advertenties in de „Gazette van Gend“ (1776-1778) - Berichten betreffende Deinze, Leerne, Meigem, Petegem, Vinkt en Vosselare, XXXI,4, pp. 4179-4183 (nr. 2377).
Huwelijken en geletterdheid in Petegem (anno 1785), XXXI,4, pp. 4183-4184 (nr. 2379).
Een nieuwe onderpastoor in Deinze (anno 1655), XXXI,4, pp. 4184-4185 (nr. 2381).
Jonker Florens van Provyn, Deins baljuw (vóór 1592-1597), XXXI,4, pp. 4186-4187 (nr. 2383).
Een pachtcontract voor een woning op de Deinse Markt anno 1498, XXXI,4, pp. 4189-4190 (nr. 2385).
Deinse advertenties in de „Gazette van Gend“ (1779-1780) - Openbare verkopingen in Deinze, Petegem, Sint-Jans- en Sint-Martens-Leerne, XXXI,4, pp. 4191-4194 (nr. 2387).
Deinse advertenties in de „Gazette van Gend“ (1781-1782) - Berichten betreffende Astene, Deinze, Gottem, Meigem, Petegem, Sint-Martens-Leerne, Vinkt, Vosselare en Wontergem, XXXI,4, pp. 4194-4196 (nr. 2388). ).                                                                                 

2012
Deinze, honderd jaar geleden - afl. IX (1912). XXXII,1, pp. 4201- 4208 (nr. 2389).
Een pleidooi ten gunste van baljuw Martens (1780). XXXII,1, pp. 4217-4226 (nr. 2394).
Deinse advertenties in de „Gazette van Gend“ (1783). XXXII,1, pp. 4228-4231 (nr. 2396 - P.H. nr. 600).
Het Meisjespensionaat van Deinze (1812 & 1823). XXXII,2, pp. 4233-4234 (nr. 2397)                                  
Leendenombrementen uit 1658, 1757 en 1767 betreffende eeen omwalde hoeve met  een hiltge- werre, gelegen in Zeveren en Deinze. XXXII,2, pp. 4235-4238 (nr. 2399).
Over de voorgevel van het „oud“, negentiende-eeuws stadhuis van Deinze. XXXII,2, pp. 4238-4240 (nr. 2401).
Over de kunsttentoonstellingen in ’t Schuttershof te Deurle in de vroege jaren ’60. XXXII,2, pp. 4240-4242 (nr. 2403).
Uit de Dictionnaire géographique de la Flandre Orientale (1834): over de wind- en rosmolens in de streek van Deinze en over de landbouw en nijverheid in Astene en Vinkt omstreeks 1830. XXXII,2, pp. 4244-4245 (nr. 2405).
Over de verdeling van Deinze in twaalf gebuurten en de verkiezing van hun dekens (1790). XXXII,2, pp. 4246-4249 (nr. 2407).
Een betwisting over het „gemeen“ gebruik van de Oostmeeers in Deinze (1692). XXXII,2, pp. 4250 (nr. 2409).
Modest Huys schildert de oorlogsruïnes (1919). XXXII,3, pp. 4267-4268 (nr. 2416).
Over de Deinse gevangenis (anno 1935) en haar „cipier uit de duizend“. XXXII,3, pp. 4268-4274 (nr. 2418).
Nog over de kunsttentoonstellingen te Deurle in ’t Schuttershof in de jaren 1963-1966. XXXII,3, pp. 4275-4277 (nr. 2419).
Over de vergeten Deinse familie Vander Piete, dl. 1: 18e eeuw. XXXII,3, pp. 4286-4290 (nr. 2421).
Over de Meigemnaar Gillis de Schuytere, man van wapene in een bende van ordonnance (1636). XXXII,3, pp. 4295-4297 (nr. 2424).                                                                                       
Nieuwe kasseibestrating en andere wegeniswerken in Deinze omstreeks 1780. XXXII,4, pp. 4302-4307 (nr. 2427).
Over de vergeten Deinse familie Vander Piete, dl. 2: 19e eeuw. XXXII,4, pp. 4308-4312 (nr. 2430).
„Kabiebel“, een Deinzenaar in het Spanjaardenkasteel binnen het Gentse Sint-Baafsdorp (1843-1856…). XXXII,4, pp. 4312-4315 (nr. 2432).
Uit de Dictionnaire géographique de la Flandre Orientale (1834): over de landbouw, veeteelt en nijverheid in Gottem, Grammene en Wontergem omstreeks 1830. XXXII,4, pp. 4316-4318 (nr. 2434).
Een vierjarig meisje uit Petegem, Pieternelle Pauwels, wonderbaarlijk van blindheid genezen in 1732. XXXII,4, pp. 4319-4320 (nr. 2436).
Vermeldingen van inwoners uit (Groot-)Deinze in de parochiale huwelijksregisters van Drongen (17e-18e eeuw). XXXII,4, pp. 4320-4325 (nr. 2438).
Een momentopname: beeld van de werkloosheid in de streek van Deinze in 1935. XXXII,4, pp. 4327-4329 (nr. 2442).
„Die Perle der Saison“, een gedicht van Christian Morgenstern. Naar aanleiding van de tentoon-stelling van Koen Vanmechelen in het Museum van Deinze. XXXII,4, pp. 4330-4331 (nr. 2444, of PH-nr. 620).

2013
Deinze, honderd jaar geleden - afl. X (1913). XXXIII,1, pp. 4335-4341 (nr. 2446).
Burgemeesters en schepenen van Petegem-Buiten (2e helft 18e eeuw). XXXIII,1, pp.4342-4344 (nr. 2448).
Over Joannes de Weerdt, heer van Boelaere, schepen en burgemeester van Petegem (18e eeuw). XXXIII,1, pp. 4345-4347 (nr. 2450).
Een luisterrijke handboogschieting te Gent in 1755. XXXIII,1, pp. 4348-4349 (nr. 2452).
Joannes de Weerdt, heer van Boelaere, tweevoudig jubilaris van het Broederschap der Berechting (1791 & 1815). XXXIII,1, pp. 4355-4358 (nr. 2455).
Albert Saverys: een fotoreportage in het dagblad “De Dag” (12.07.1935). XXXIII,1, pp. 4359-4363 (nr. 2457).
Uit de Dictionnaire géographique de la Flandre Orientale (1834): over landbouw en nijverheid in Meigem en de twee Leernes omstreeks 1830. XXXIII,1, pp. 4363-4366 (nr. 2458).                    
De zilveren windmolenbeker van het Sint-Jorisschuttersgild (coll. Museum Deinze) te pronk gesteld in Oudenaarde (2012). XXXIII,2, pp. 4369-4372 (nr. 2459).
Het portret van notaris Charles-Joseph Reyntjens (1848), geschilderd door Charles-Louis Picqué. XXXIII,2, pp. 4373-4375 (nr. 2461)
Over twee Deinse notabelen van Ruiense afkomst : burgemeester Karel Reyntjes (1837-1848) en notaris Henri Norbert Reyntjens (1837-1850). XXXIII,2, pp. 4378-4379 (nr. 2463)  
Een Brabants echtpaar, geportretteerd door Charles Picqué (verz. Rixensart). XXXIII,2, pp. 4380-4382 (nr. 2465).
Deins wel en wee van driekwarteeuw geleden: een keuze uit de krantenberichtgeving van het jaar 1938. XXXIII,2, pp. 4383-4389 (nr. 2467).
Krotwoningen : een pijnlijk huisvestingsprobleem in Deinze in 1935. XXXIII,2, pp. 4390-4392 (nr. 2469).
De stichtende leden (1735) en het eerste bestuur van de Petegemse Confrerie van de Berechtinge. XXXIII,2, pp. 4393-4395 (nr. 2471).
Over een zonderlinge brand in de kinema ‘Voor ons Recht’ (of ‘De Pulle’) in het najaar van 1935. XXXIII,2, pp. 4395-4397 (nr. 2472).                                                                               
Auxilius Vervisch, ex-kapucijn, 15 maanden onderpastoor in Zeveren (1785-1786). XXXIII,3, pp. 4402-4407  (nr. 2474).
Een beschrijving van de gemeente Petegem in de Dictionnaire géographiqe de la Flandre Orien-tale (1834). XXXIII,3, pp. 4409-4410 (nr. 2476)
Had Zeveren een onderpastoor nodig in 1785? XXXIII,3, pp. 4427-4431 (nr. 2479).
Toneelactiviteit in 1938-1939 in de Petegemse Sint-Maartenskring. XXXIII,3, pp. 4431-4432 (nr. 2480).
Lezersbrieven over Vosselare-Put in de zomer van 1935. XXXIII,3, pp. 4432-4434 (nr. 2481).
Ex-capucijn Auxilius Vervisch, onderpastoor in Zeveren (1785-1786), beoordeelt enkele “pastores” in de buurtparochies. XXXIII,4, pp. 4439-4441 (nr. 2482).
Over een aardrijkskundig leerboekje uit 1878. XXXIII,4, pp. 4453-4456 (nr. 2486).
De beschrijving van de stad Deinze in de Dictionnaire géographique de la Flandre Orientale (1834). XXXIII,4, pp. 4457-4458 (nr. 2488).
Wat konden de wielrenners verdienen op het Belgisch Kampioenschap voor Onafhankelijken anno 1935? XXXIII,4, pp. 4460-4462 (nr. 2490).
Ex-capucijn Auxilius Vervisch, onderpastoor in Zeveren (1785-1786), over toverij en onttovering onder de boerenbevolking. XXXIII,4, pp. 4463-4464 (nr. 2492).            

2014
Deinze, honderd jaar geleden - afl. XI (1914). XXXIV,1, pp. 4473-4476 (nr. 2495).
Over een tijdelijk zoekgeraakt portret van Picqué uit 1842 (“Portret, met leeuw, van Leopold II als jonge prins”). XXXIV,1, pp. 4482-4484 (nr. 2498).
De bevrijding van Deinze, 6-7-8 september 1944. XXXIV,1, pp. 4485-4487 (nr. 2500).                   Misdrijf en straf in Petegem, vier eeuwen geleden. XXXIV,1, pp. 4490-4492 (nr. 2502).
Een zilveren “salve” als prijs op schutterswedstrijden. XXXIV,1, pp. 4493-4494 (nr. 2504).
Losse archivalia (Petegem en Astene, 1614-1641). XXXIV,1, pp. 4494-4496 (nr. 2505).               
Burgemeesters en schepenen van Astene (18e eeuw). XXXIV,2, pp. 4505-4507 (nr. 2508). 
Deinse laureaten in de Gentse voordrachtwedstrijd om het Dr. J.O. De Gruyterjuweel (jaren ’70 en ’90). XXXIV,2, pp. 4513 (nr. 2514). 
Nog over de voorgevel van het Stadhuis van Deinze op de Markt. XXXIV,2, pp. 4416-4517 (nr. 2518). 
Over de Deinzenaar Frans-Bernard Ottevaere, “collaborateur“ van de Franse Revolutie (1798). XXXIV,2, pp. 4522-4523 (nr. 2520). 
Deinse schilders - Pieter Cras, Felix Heyndrickx, Firmin Bouvy en Charles Picqué - op de Gentse kunstscène (1820-1840). XXXIV,2, pp. 4526-4527 (nr. 2522). 
Plaatsnamen en andere bijzonderheden in de Meigemse kerkrekening van 1793-1794. XXXIV,2, pp. 4529-4531 (nr. 2524)
Een “Meisjesportret” (1835) van Picqué geveild in Namen (oktober 2013). XXXIV,2, pp. 4533  (nr. 2526).                                                                                                                 
Nevelse jagers storen de zondagse kerkdienst in Meigem (midden 17e eeuw). XXXIV,3, pp. 4544-4545 (nr. 2532).
Deinse  “pioniers” versterken de vestingswerken van de stad (1744). XXXIV,3, pp. 4558-4561 (nr. 2535).
De finale biecht van pater Auxilius Vervisch (+ 1793), ex-capucijn en voormalige onderpastoor van Zeveren (1785-86). XXXIV,4, pp. 4585-4588 (nr. 2545). 
Het schilderij “Familie op de vlucht…” (Veiling Vanderkindere, Brussel, 09.09.2014) ten onrech- te aan Picqué toegeschreven.  XXXIV,4, pp. 4589-4591 (nr. 2546).  
Deins wel en wee van driekwarteeuw geleden : en keuze uit de krantenberichtgeving van het jaar 1939. XXXIV,4, pp. 4592-4604 (nr. 2547).

2015
Deinze, honderd jaren geleden - afl. XII (Jaaroverzicht 1915). XXXV,1, pp. 4629-4633 (nr. 2548).
Nog over François Bernard Ottevaere (Deinze 1751-1830) en zijn gelijknamige neef uit Wakken. XXXV,1, pp. 4634-4635 (nr. 2549).
Over Emile Claus, leerjongen-pasteibakker in Rijsel... XXXV,1, p. 4636 (nr. 2550).
N.a.v. de Oorkonde uit 1152 : een rechtzetting. XXXV,1, pp. 4637 (geen nr.).
Glossen bij een raadsel. XXXV,1, pp. 4639 (geen nr.).
KGK bij de buren : publicaties van KGK-bestuurslid Paul Huys. XXXV,2, p. 4651 (nr. 2557).
Allerlei toevallige archiefvondsten betreffende Deinze & Deinzenaars (I). XXXV,2, pp. 4652-4656 (nr. 2558).                                                                                                               
Portrettenpaar (door Charles Picqué) geveild in de Naamse veilingzaal Rops (01.02.2015). XXXV,2, pp. 4657-4658 (nr. 2559).
Uit de archieven van het Sint-Blasiushospitaal in Deinze (1361-1695). XXXV,2, pp. 4659-4662 (nr. 2560).
Over „De Duitse invasie ... in de Leiestreek (1914)“. XXXV,2, p. 4671 (nr. 2563).
Over een “Binnengezicht van de kerk van Sint-Martens-Leerne” (1835), geschilderd door Pieter-Frans de Noter. XXXV,3, pp. 4695-4696 (nr. 2575).
Allerlei toevallige archiefvondsten betreffende Deinze & Deinzenaars (II). XXXV,3, pp. 4696-4700 (nr. 2576).
Deinse advertenties en ander nieuws uit de “Gazette van Gend” (jaargang 1825). XXXV,3, pp. 4700- 4704 (nr. 2577).  
Toevallige archiefvondsten (III). XXXV,4, pp. 4714-4717 (nr. 2581).
Doodsprentjescollectie van KGK (bewaard in Museum) is aanzienlijk uitgebreid. XXXV,4, pp. 4718 (nr. 2582).
Een Deins testament uit 1754. XXXV,4, pp. 4719-4721 (nr. 2583).
KGK bij de buren. Bijdragen van Paul Huys. XXXV,4, pp. 4722 (nr. 2584).
Hugo Claus over de Deinzenaars. XXXV,4, pp. 4722 (nr. 2585).
Enkele Deinse advertenties en ander nieuws in de Gazette van Gend, jaargang 1826. XXXV,4, pp. 4723-4728 (nr. 2586).
Vinkenzetting in Oostmeersdreef (1937). XXXV,4, pp. 4729-4731 (nr. 2587).

2016
Honderd jaar geleden - afl. XIII (1916). XXXVI,1, pp. 4757-4763 (nr. 2595).
Toevallige archiefvondsten (IV). XXXVI,1, pp. 4764-4768 (nr. 2596).
Gedwongen afwinning van de herberg “de Halve Maan” in Sint-Martens-Leerne (1832). XXXVI,1, pp. 4769 (nr. 2597).
Publieke verkoping van eigendommen van wijlen sieur “Ottevaere l’Ainé” te Deinze (1832). XXXVI,1, pp. 4770 (nr. 2598).
Een Gents damesportret door Picqué. XXXVI,1, pp. 4771-4773 (nr. 2599).
Twee Gottemnaars vermist anno 1832. XXXVI,1, pp. 4774-4775 (nr. 2600).                 
Koning Willem I, advocaat Spilhoorn uit Kruishoutem en portretschilder Charles Picqué. XXXVI,2, pp. 4807-4808 (nr. 2604).
Liefdadigheidsinitiatieven ten bate van de Deinse krijgsgevangenen (1916). XXXVI,2, pp. 4809-4810 (nr. 2605).                                                                                                                  
Over Bernard Callier en Spilthoorn. XXXVI,3, pp. 4827-4830 (nr. 2610).
Dr. Nohl op werkbezoek in Deinze (1916). XXXVI,3, pp. 4831-4832 (nr. 2611).
KGKE bij de buren. Bijdragen van Paul Huys. XXXVI,3, p. 4832.
Albijn Van den Abeele en professor Nohl (1916-1918). Afl. I. Een uitstapje langs de Leieboor- den. XXXVI,4, pp. 4879-4880 (nr. 2621).
De tekeningen en etsen van Cesar De Cock (1823-1904), XXXVI,4, p. 4880 (nr. 2622).
Uit de stadsrekening van Deinze (1700). XXXVI,4, p. 4896 (nr. 2628).
Paulus Wittebolle (1851-1917), Deins pater redemptorist. XXXVI,4, p. 4896 (nr. 2629).
Over de Eva-appel op het Lam-Godsretabel. XXXVI,4, p. 4897 (nr. 2630).

2017
Honderd jaar geleden. Afl. XIV (1917). XXXVII,1, pp. 4921-4130 (nr. 2635).
De begrafenis van Jan-Frans Lagrange, 150 jaar geleden (1867). XXXVII,1, p. 4945 (nr. 2637).
Publieke verkoping van de windmolen van Victor Tillieu in Petegem (1832). XXXVII,1, p. 4946.
Over de kunstgalerie „YD-Design“ in Gent (1972-1982). XXXVII,1, pp. 4954 (nr. 2643).
Albijn Van den Abeele en professor Nohl (1916-1918). Afl. II. Op bezoek bij schilder Binus thuis. XXXVII,2, pp. 4982-4984 (nr. 2647).
Albert Servaes en “Landsturmmann“ dr. Herman Nohl. XXXVII,2, pp. 4985-4989 (nr. 2648).
“Genoveva van Brabant“ van Ch. Picqué, geveild bij Horta in Brussel (2016). XXXVII,2, pp. 4990-4991 (nr. 2649).                                                                                                   
De zeldzame voornaam Mauwer : een rechtzetting. XXXVII,2, pp. 4994 (nr. 2652).
Een herbergruzie in Deinze anno 1720. Jan Lootens gekwetst door Ferdinand Galle. XXXVII,3, pp. 4998-4990 (nr. 2653).
De familie Christiaens en Antoon de Caigny, Deins hoogbaljuw en stadsgriffier (1719-1793). XXXVII,3, pp. 5000-5001 (nr. 2654).
Deinzenaars op het matje in het Hof van Assisen te Brugge (19e eeuw). XXXVII,3, pp. 5002-5004 (nr. 2655).
Een wat vreemde vogel in Poesele. XXXVII,3, p. 5005 (nr. 2656).                             
Eduard De Witte, oud-superior Sint-Hendrikscollege, overleden. XXXVII,3, pp. 5014-5015. 
Het levende hart van Vlaanderen. Een essay van dr. Nohl over het Leieland en Albijn Van den Abeele (1917). XXXVII,4, pp. 5032-5035 (nr. 2662).
Lof vanwege Hendrik Conscience en Prudens Van Duyse voor de jonge Xavier De Cock (1837).
XXXVII,4, pp. 5036-5038 (nr. 2663).
Een dief uit Deinze veroordeeld tot levenslange dwangarbeid (1837). XXXVII,4, pp. 5039-5042 (nr. 2664).
Richard Minne over de kleine stad (1952). XXXVII,4, pp. 5036-5038 (nr. 2665 - PH-nr. 703).

Opgemaakt door P.H. (maart 2019).